De Welvaartkapoen. Duizendpoot van de sociale economie op eigen benen

Posted on Updated on

Locatie : Molenbeek

Activiteiten : Voor Ingrid Verhoeven, de coördinator van de Welvaartkapoen, is het klippen lopen: ze rent van het IBO – de buitenschoolse opvang, dat een derde locatie opent (in de Heyvaert wijk aan het kanaal) en waar nog alle materiaal aangekocht moet worden – naar werfvergaderingen over het nieuwe gebouw in de Begijnenstraat.  In de andere richting gaan de IBO bureaus dan weer naar de naaiateliers aan Graaf van Vlaanderen. Verschillende diensten moeten verhuisd worden en andere locaties laten hun problemen wekelijks voelen: gebouwen moeten gerenoveerd, subsidies volgen niet zoals beloofd en de markt in Molenbeek zorgt dat de vervoerdienst zich telkens vastrijdt. De klusjesmannen zijn bovendien al een tijd out wegens ziekte. Je zou voor minder een punthoofd krijgen, maar in de Welvaartkapoen zijn ze wel wat gewend.

wvk

In de Begijnenstraat, waar ook het nieuwe Dienstencentrum, de vervoersdienst en het Sociaal Restaurant onderdak gaan vinden, ontstaat een heuse zorgwijk, door de aanwezigheid van welzijnsorganisaties zoals het Zonnelied. Ze zullen er ook een zorgregisseur aan boord hebben.

Deze verhuis kadert in een nieuw elan voor de organisatie, dat na vele jaren wachten, eindelijk een zelfstandige vzw werd. Dat was ook nodig: het Welzijnsbeleid zette in op strenge normen en toegankelijke infrastructuur – cultuur en welzijn moesten gescheiden werken, in die mate dat er in de Vaartkapoen een rode lijn in de garage getrokken werd om de twee van elkaar gescheiden te houden. In het nieuwe gebouw zal alles rond welzijn draaien en het doel om Molenbekenaren te helpen om zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen huis te laten leven.

Dat de Welvaartkapoen de laatste jaren uit haar voegen barstte, is niet altijd geweten. Ontstaan uit de GC De Vaartkapoen, voeren ze vele jaren lang onder de vlag van de VK. Na jaren ontwikkelen is de WVK pas sinds kort een autonome vzw. Logisch ook, want niet alleen tussen welzijn en cultuur zijn allerlei schotten opgetrokken, qua personeel werd de WVK ook vele malen groter dan het vroegere moederhuis. Ingrid: “De WVK was bedoeld om klein te blijven maar door de grote vraag zijn we snel ontploft en werken we nu met 55 personeelsleden en 15 mensen in Artikel 60.” Nu is er een nieuw logo en een nieuwe huisstijl.

De PIOW werking is al even divers als de activiteiten van de WVK: naaiatelier, sociaal restaurant, buitenschoolse opvang, warme maaltijden bedelen, vervoersdienst. Het moet allemaal zijn plekje vinden. Op de 32 doelgroepwerknemers zijn er 22 erkend door het Gewest, voor 10 anderen krijgen ze geen omkaderingsmiddelen. Daar zitten lichtgehandicapten en werkstraffers bij, met wie de WVK vooral goede resultaten boekt. In 2014 haalde de WVK ongeveer 70% doorstroom. De WVK werkt daarnaast met gemiddeld zo’n 7 stagiairs en 25 vrijwilligers, een belangrijke bouwsteen voor de werking: zonder de massa vrijwilligers zou de WVK niet zo’n grote en sterke organisatie zijn geworden; “zonder hen konden we niet functioneren, we hebben die echt nodig”. En er zit nog heel wat rek op: het hardst nodig zijn begeleiders voor de vervoersdienst, voor de zorgregisseur en voor aanvullende thuishulp. Moest het kunnen, de WVK zou 20 mensen extra in dienst nemen.

ibo

De Welvaartkapoen groeide de afgelopen jaren uit tot een ware referentie in Molenbeek, een Nederlandstalige nog wel: ook onder de Molenbekenaren zijn er steeds meer die goed Nederlands spreken. Ingrid: “Wij hebben een sterk Nederlandstalig imago waarbij Nederlandskundigen gebruik maken van onze diensten. Je hoort hier ook zeer veel Nederlands. Iedereen die geen Nederlands spreekt gaat naar de Nederlandse les – iedereen! Zo is er Henri, begonnen als Franstalige Artikel 60 die is nu een Nederlandstalige ploegbaas van de klusjesploeg. Vele van onze mensen komen uit het Nederlandstalig circuit: vluchtelingen afkomstig uit Nederland, Nederlandse Marokkanen, mensen die een tijd in Antwerpen en Limburg woonden, die allemaal Nederlands als 2de moedertaal bezigen. Ze gebruiken Nederlandse woorden die ze in hun moedertaal niet eens meer kennen. ”

27/05/2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *