Actiris en Zone zéro chômeurs

Posted on Updated on

Actiris en het project ‘Zone zéro chômeurs’

Korte historiek van dit project dat in de zomer van 2020 opdook in de Brusselse relanceplannen.

In Face à Face, had Fabrice Grosfilley het in 2019 over de zones “zéro chômeurs longue durée” in de Brusselse Regio, voorzien door de Brusselse regering in 2021. Grégoire Chapelle, directeur-generaal van Actiris en Yves Martens, coördinator van het Collectif Solidarité Contre l’Exclusion, debatteerden. Gregoire Chapelle verdedigde toen het project met vuur. Actiris bestudeert het initiatief in 2020. Nadien volgt mogelijk een ‘appel d’intérêt’ in dit verband gericht aan zowel publieke als private spelers.

Het idee komt uit Frankrijk, waar men al enkele jaren met de maatregel experimenteert. TZCLD (Territoires zéro chômeurs de longue durée) rust op een simpel principe. Het overbrengen van de werkloosheidsuitkering (18.000 euro) naar een onderneming ‘met doelstelling werk’ een EBE, laat toe aan deze laatste een contract van onbepaalde duur met een totale kostprijs van 22.000 euro voor een zogenaamde ‘smic’ van 70%, de rest, zo’n 4.000 euro komt van het zakencijfer van de EBE. Het bedrijf biedt kleine gevarieerde taken aan de nieuwe werknemers, in lijn met hun competenties. De activiteiten, zoals tuinieren, diensten aan personen, renovatiewerken, sociale kruideniers, worden geacht niet met bestaand werk te concurreren. Het gaat om contracten van onbeperkte duur. Deze dienstverlening zit dicht op de sociale dienstverlening van de publieke overheid, zoals ze hier georganiseerd is door de OCMW ’s en de gemeenten. De OCMW ‘s werden in Brussel toegelaten tot de erkenning als Sociale Onderneming, en projecten van die spelers kunnen een mandaat inschakeling aanvragen.

Bij TZCLD bestaat de truuk erin dat men RSZ-uitkeringen meerekent. In Brussel vraagt dit akkoorden met het federaal niveau, een niet te onderschatten bijkomende institutionele complexiteit. Actiris werpt een begerige blik op de 5 miljoen euro federale werkloosheidsvergoedingen. In dit geval splitst men federale inkomsten uit de sociale zekerheid verbonden aan bijvoorbeeld 100 personen af om ze lokaal in bepaalde zones zéro chômeurs van Brussel te besteden. Het territoriaal afbakenen van het door armoede geteisterde Brussel met meer leefloners dan heel Vlaanderen samen is misschien risicovol. Kosten en de baten zijn onevenwichtig gespreid over verschillende bevoegdheidsniveaus: de federale overheid geniet van de besparingen op de werkloosheidsuitkeringen terwijl de Brusselse overheid de kosten voor omkadering draagt. Een evenwichtiger verdeling is nuttig en dient altijd via heronderhandeling gerealiseerd worden.

Yves Martens merkt op dat er in Brussel veel mensen zijn zonder uitkeringen (eerder dan werklozen, (zoals jongeren, stagiairs, …) wat qua uitgaven of besparingen een andere rekening maakt in vergelijking met de Franse case. ‘In het Franse initiatief zijn er lonen aan het minimumsalaris, dit is een nieuwe vorm van niet-kwalitatieve arbeid, met précaire barema’s’, onderstreept hij. Dit laat mensen niet toe uit de armoede te treden. Voor FeBIO is dat een belangrijk evaluatiecriterium. Grégoire Chapelle reageerde dat de syndicale vertegenwoordigers bij Actiris er op zouden toezien dat er betere barema’s gelden.

Arbeidsmobiliteit is een belangrijke sleutel want er zijn zones met meer laaggeschoolde arbeid of met meer potentieel op dit vlak dan andere, die zones liggen ook in de rand van Brussel. Het terugplooien op een gemeentelijk niveau bij het zoeken naar oplossingen is soms contraproductief.

De repliek van Yves Martens aan Grégoire Chapelle luidde:

‘Waarom niet, in de eerste plaats de bestaande sociale economie in Brussel verder ontwikkelen, de non-profit versterken en de bestaande publieke initiatieven, eerder dan iets nieuw uit te vinden, dat men moet ontwikkelen en waarmee men vele problemen in de opstartfase mag verwachten’.

FeBIO sluit zich hier volmondig bij aan. We herinneren aan de vraag van de inschakelingssector om een statuut voor duurzame tewerkstelling in de sociale economie te creëren. Met een contract van onbeperkte duur. Omdat doorstroom en activering niet altijd haalbaar zijn. De overheid kan meer mensen op lagere niveaus in dienst nemen in kwalitatieve contracten van onbepaalde duur in het kader van haar publieke dienstverlening. Dat zorgt voor een goede doorstroom uit de sociale economie, biedt uitzicht op betaald  werk en verloning aan betere barema’s. Tot nu toe kortte men de duur van de contracten in de sociale economie alsmaar in. De oude DSP- en SINE-contracten werden via de nieuwe inschakelingsbanen meer beperkt in de tijd. Men focust op activering. Dit biedt langdurig werkzoekenden weinig soelaas.

Het nieuwe wettelijk kader Sociaal Ondernemerschap en het mandaat inschakeling focust op doorstroom. De OCMW’s evalueren hun partnerschappen op dit moment in functie van doorstroom. Ook in Vlaanderen ligt de klemtoon op doorstroom. De resultaten van de doorstroomstudie van Deloitte werden verwacht. Tijdens de werkgroep van de studiedag ‘Krapte in de Zorg en welzijnssector’ van VIVO op 22 november 2019 werd een tip van de sluier van de resultaten van de proeftuinexperimenten rond doorstroom in de zorg (WZC Toermalien, IN-Z en Senior Living Group Ryhove), opgelicht. Helaas viel er zero doorstroom te bespeuren. De betrokken sociale organisaties bij het experiment wezen op de noodzaak van deeltijdse doorstroommogelijkheden. Dan is de sprong die men moet maken minder groot. Men kan halftijds in de sociale economie blijven en/of er is een terugkeergarantie.

Actiris zelf is moe hervormd. Het ontbreekt aan een degelijke inschatting van de impact van omvangrijke projecten. Het personeel vroeg het management een stop- en denkpauze opdat de werknemers zich opnieuw zouden kunnen toeleggen op arbeidsbemiddeling. Voetnoot 1: Uit de Open Brief van het personeel aan het beheerscomité van Actiris van 29 april 2019, van de ACOD-, VSOA-, en ACV- comités .

De inschakelingssector is toe aan rust. De organisaties moeten het nieuwe wettelijk kader van de sociale economie nog verteren. Dat brengt ons al verder dan 2021. De administratieve workload verbonden aan de procedures erkenning en mandaat inschakeling vormen zowel voor de organisaties als voor de administratie BEW een zware belasting. Evaluatie en bijsturing van het nieuwe kader vraagt energie en tijd.

Evaluatie van de Franse Zone Zéro Chômeurs

Ondertussen verschenen er Franse evaluatierapporten over de zone zéro chômeurs (IGF en Igas). Pierre Cahuc (professeur d’économie à Sciences po) was vroeger al kritisch. Voetnoot 2 : L’Echo, Territoire zéro chômeur : une expérimentation moins vertueuse qu’on ne le croit. Publié le 18 oct. 2019.  De besparing op de publieke financiën zou 6000 euro per persoon bedragen. Er zijn kosten voor omkadering en investeringen. Men moet vergelijken met andere initiatieven die werk, vorming en ondersteuning combineren. Aspecten die afwezig zouden zijn en riskeren mensen op te sluiten in publieke jobs die laagbetaald, weinig productief en duur zijn. 

In Frankrijk, was dit project beperkt, gezien de omvang van het land, 67 miljoen inwoners en een ontwikkeld ruraal milieu.  HERWIN en FeBIO willen al langer geld voor werkloosheidsuitkeringen gebruiken om arbeidsplaatsen en maatschappelijke meerwaarde in de sociale economie te creëren.

De economist Olivier Bouba-Olga, die in Frankrijk het evaluatiecomité van dit programma voorzit, verzamelde ondertussen de belangrijkste resultaten in een tribune gepubliceerd door Le Monde (1). Het economisch model van dit experiment berust op een logica van activering van de passieve uitgaven (werkloosheidsuitkeringen en sociale prestaties dekken een deel van de kost van de contracten van onbepaalde duur en anderzijds op het zakencijfer gegenereert door de EBE’s (bedrijven met als doel werk, opgericht voor dit programma). De evaluatie bevestigt de zeer positieve impact op de begunstigden, op professioneel en persoonlijk vlak. Meerdere experimentele territoria werden geconfronteerd met operationaliseringsproblemen, gelinkt aan de wil van de uitvoerders om heel snel de totaliteit van het doelgroep publiek in te schakelen en een onvoldoende inschatting van de initiële lokale investeringen in vorming en begeleiding van de personen. Bovendien, tegen de verwachtingen in, was het experiment niet financieel neutraal voor de overheid. Het kostte meer dan verwacht, omdat meer dan 40% van de begunstigden, niet genoten, voor hun aanwerving, van werkloosheidsvergoedingen of sociale prestaties. Hierdoor, waren de passieve uitgaven inferieur aan wat begroot was.  Drie jaar na hun lancering, zijn de EBE’s nog steeds deficitair en laat de begeleiding soms te wensen over.

FeBIO concludeert dat men in de Brusselse grootstedelijke context best de link legt met de bestaande Brusselse inschakelingseconomie…

Voor een uitrol van zo’n programma in Brussel, wil FeBIO een kwalitatief traject,  met vergoedingen die toelaten uit de armoede te raken.   Wij suggereren om de link te leggen met de inschakelingseconomie.  De activiteiten van de ‘ Zones zéro chômeurs françaises’  en de sociale inschakelingseconomie in Brussel zijn gelijklopend, recyclage, tuinieren, renovatie gebouwen, diensten aan personen, behalve bijvoorbeeld de fabricage van matrassen, op basis van schapewol, voordien als afval beschouwt.  Het gaat om niches in markten die de privé sector niet benut. Op dit moment, zijn onze organisaties gefragiliseerd (corona) maar zij beschikken over lokalen, infrastructuur en belangrijke capaciteiten om te begeleiden, wat schaalvoordelen oplevert. De strategie ZZC is gefundeerd op de intrinsieke motivatie van de persoon. Men vraagt hem/haar wat hij wil doen en helpt om die doelen te realiseren. Er is dus weinig controle te voorzien. In Frankrijk, het project duurt 3 jaar (?) en het gaat om contracten van onbepaalde duur. Doorstroom is geen prioritair objectief. Vlaanderen investeert veel in Brussel, (onderwijs, welzijn, werk, sociale economie, VGC, complementaire programma’s armoedebestrijding) De Vlaamse overheid zal ongetwijfeld waarderen dat de Nederlandstalige inschakelingsorganisaties aan zo’n begeleidingsprogramma kunnen deelnemen. De grootste moeilijkheid is een federaal akkoord om de werkloosheidsvergoedingen te gebruiken. Vlaanderen deelt niet dezelfde politieke visie. Als Vlaanderen weigert, blijft het idee voor een specifieke begeleiding van langdurig werklozen, waardevol.  Een zorg is de coherentie tussen federale en regionale maatregelen. Men moet aandachtig de profielen in Brussel in zo’n dispositief bekijken. De afstand tot de arbeidsmarkt is een relatief begrip. In Frankrijk, de wettelijk pensioenleeftijd is 62 jaar. Het systeem van de werkloosheidsvergoedingen is er veel degressiever dan in België en gelimiteerd in de tijd. In België telt men onder de langdurig werklozen veel gehandicapten, en mensen ouder dan 55 of meer dan 60 jaar (brugpensioen SWT).  (1) Referentie : Territoire zéro chômeur : « Procéder à une extension prudente de l’expérimentation à un nombre limité de territoires préparés », artikel in  Le Monde, 19 septembre 2020.