Actiris en Zone zéro chômeurs

Posted on Updated on

Actiris en het project ‘Zone zéro chômeurs’

In Face à Face, had Fabrice Grosfilley het over de zones “zéro chômeurs longue durée” in de Brusselse Regio, voorzien door de Brusselse regering in 2021. Grégoire Chapelle, directeur-generaal van Actiris en Yves Martens, coördinator van het Collectif Solidarité Contre l’Exclusion, debatteerden. Gregoire Chapelle verdedigde het project met vuur. Actiris bestudeert het initiatief in 2020. Nadien volgt mogelijk een ‘appel d’intérêt’ in dit verband gericht aan zowel publieke als private spelers.

Het idee komt uit Frankrijk, waar men al enkele jaren met de maatregel experimenteert en binnenkort evalueert. TZCLD (Territoires zéro chômeurs de longue durée) rust op een simpel principe. Het overbrengen van de werkloosheidsuitkering (18.000 euro) naar een onderneming ‘met doelstelling werk’ een EBE, laat toe aan deze laatste een contract van onbepaalde duur met een totale kostprijs van 22.000 euro voor een zogenaamde ‘smic’ van 70%, de rest, zo’n 4.000 euro komt van het zakencijfer van de EBE. Het bedrijf biedt kleine gevarieerde taken aan de nieuwe werknemers, in lijn met hun competenties. De activiteiten, zoals tuinieren, diensten aan personen, renovatiewerken, sociale kruideniers, worden geacht niet met bestaand werk te concurreren. Het gaat om contracten van onbeperkte duur. Deze dienstverlening zit dicht op de sociale dienstverlening van de publieke overheid, zoals ze hier georganiseerd is door de OCMW ’s en de gemeenten. De OCMW ‘s werden in Brussel toegelaten tot de erkenning als Sociale Onderneming, en projecten van die spelers kunnen een mandaat inschakeling aanvragen.

Bij TZCLD bestaat de truuk erin dat men RSZ-uitkeringen meerekent. In Brussel vraagt dit akkoorden met het federaal niveau, een niet te onderschatten bijkomende institutionele complexiteit. Actiris werpt een begerige blik op de 5 miljoen euro federale werkloosheidsvergoedingen. In dit geval splitst men federale inkomsten uit de sociale zekerheid verbonden aan bijvoorbeeld 100 personen af om ze lokaal in bepaalde zones zéro chômeurs van Brussel te besteden. Het territoriaal afbakenen van het door armoede geteisterde Brussel met meer leefloners dan heel Vlaanderen samen is misschien risicovol. Kosten en de baten zijn onevenwichtig gespreid over verschillende bevoegdheidsniveaus: de federale overheid geniet van de besparingen op de werkloosheidsuitkeringen terwijl de Brusselse overheid de kosten voor omkadering draagt. Een evenwichtiger verdeling is nuttig en dient altijd via heronderhandeling gerealiseerd worden.

Yves Martens merkt op dat er in Brussel veel mensen zijn zonder uitkeringen (eerder dan werklozen, (zoals jongeren, stagiairs, …) wat qua uitgaven of besparingen een andere rekening maakt in vergelijking met de Franse case. ‘In het Franse initiatief zijn er lonen aan het minimumsalaris, dit is een nieuwe vorm van niet-kwalitatieve arbeid, met précaire barema’s’, onderstreept hij. Dit laat mensen niet toe uit de armoede te treden. Voor FeBIO is dat een belangrijk evaluatiecriterium voor alle maatregelen. Grégoire Chapelle reageerde dat de syndicale vertegenwoordigers bij Actiris er op zouden toezien dat er betere barema’s gelden.

Arbeidsmobiliteit is een belangrijke sleutel want er zijn zones met meer laaggeschoolde arbeid of met meer potentieel op dit vlak dan andere, die zones liggen ook in de rand van Brussel. Het terugplooien op een gemeentelijk niveau bij het zoeken naar oplossingen is soms contraproductief.

De repliek van Yves Martens aan Grégoire Chapelle luidde:

‘Waarom niet, in de eerste plaats de bestaande sociale economie in Brussel verder ontwikkelen, de non-profit versterken en de bestaande publieke initiatieven, eerder dan iets nieuw uit te vinden, dat men moet ontwikkelen en waarmee men vele problemen in de opstartfase mag verwachten’.

FeBIO, sluit zich hier volmondig bij aan. We herinneren aan de oude vraag van de inschakelingssector om een statuut voor duurzame tewerkstelling in de sociale economie te creëren. Met een contract van onbeperkte duur. Omdat doorstroom en activering niet altijd haalbaar zijn. De overheid kan meer mensen op lagere niveaus in dienst nemen in kwalitatieve contracten van onbepaalde duur in het kader van haar publieke dienstverlening. Dat zorgt voor een goede doorstroom uit de sociale economie, biedt uitzicht op betaald  werk en verloning aan betere barema’s. Tot nu toe kortte men de duur van de contracten in de sociale economie alsmaar in. De oude DSP- en SINE-contracten werden via de nieuwe inschakelingsbanen meer beperkt in de tijd. Men focust op activering. Dit biedt langdurig werkzoekenden weinig soelaas.

Het nieuwe wettelijk kader Sociaal Ondernemerschap en het mandaat inschakeling focust op doorstroom. De OCMW’s evalueren hun partnerschappen op dit moment in functie van doorstroom. Ook in Vlaanderen ligt de klemtoon op doorstroom. De resultaten van de doorstroomstudie van Deloitte worden daar spoedig verwacht. Tijdens de werkgroep van de studiedag ‘Krapte in de Zorg en welzijnssector’ van VIVO op 22 november werd een tip van de sluier van de resultaten van de proeftuinexperimenten rond doorstroom in de zorg (WZC Toermalien, IN-Z en Senior Living Group Ryhove), opgelicht. Helaas viel er in die cases zero doorstroom te bespeuren. De betrokken sociale organisaties bij het experiment wezen op de noodzaak van deeltijdse doorstroommogelijkheden. Dan is de sprong die men moet maken minder groot. Men kan halftijds in de sociale economie blijven en/of er is een terugkeergarantie.

Actiris zelf, is moe hervormd. Het ontbreekt aan een degelijke inschatting van de impact van omvangrijke projecten. Het personeel vroeg het management een stop- en denkpauze opdat de werknemers zich opnieuw zouden kunnen toeleggen op arbeidsbemiddeling Voetnoot 1: Uit de Open Brief van het personeel aan het beheerscomité van Actiris van 29 april 2019, van de ACOD-, VSOA-, en ACV- comités .

De inschakelingssector is toe aan rust. Onze organisaties moeten het nieuwe wettelijk kader van de sociale economie nog verteren. Dat brengt ons al verder dan 2021. De administratieve workload verbonden aan de procedures erkenning en mandaat inschakeling vormen zowel voor de organisaties als voor de administratie BEW een zware belasting. Evaluatie en bijsturing van het nieuwe kader vraagt energie en tijd.

Binnenkort verschijnen de Franse evaluatierapporten over de zone zéro chômeurs (IGF en Igas). Pierre Cahuc (professeur d’économie à Sciences po) was kritisch. Voetnoot 2 : L’Echo, Territoire zéro chômeur : une expérimentation moins vertueuse qu’on ne le croit. Publié le 18 oct. 2019.  De besparing op de publieke financiën zou 6000 euro per persoon bedragen. Er zijn kosten voor omkadering en investeringen. Men moet vergelijken met andere initiatieven die werk, vorming en ondersteuning combineren. Aspecten die afwezig zouden zijn en riskeren mensen op te sluiten in publieke jobs die laagbetaald, weinig productief en duur zijn. Zijn opmerkingen waren aanleiding tot een rel. Cahuc zou te dicht bij het Franse Kabinet staan…zit in de evaluatiecommissie en praat voor zijn beurt. We wachten de evaluaties met belangstelling af.