Door bij de nieuwe oproep in april voor het mandaat inschakeling 10% van het stagnerend budget voor de compensatie van het mandaat te willen besteden aan nieuwe projecten, dreigen een aantal bestaande gemandateerde inschakelingsondernemingen in het najaar hun mandaat inschakeling te verliezen. 90% Van het budget blijft voor het bestaande gereserveerd.
Een gevolg is beëindiging van de SOCECO’s door Actiris.
In overeenstemming met de beslissing van de Regering van 21 mei 2026 heeft Actiris alle overeenkomsten met betrekking tot de toekenning van inschakelingsbanen in de sociale economie (doorstroming en inschakeling, de ‘SOCECO’s’)) beëindigd met sociale ondernemingen waarvan de gemandateerde projecten op 31 december 2026 aflopen. De betreffende organisaties ontvingen op 30 juni een opzeggingsbrief.
Dit is een puur administratieve, maar niettemin essentiële stap om de herverdeling van posten op 1 januari 2027 mogelijk te maken, op basis van door de Regering goedgekeurde projecten, aan de sociale ondernemingen die vanaf die datum een mandaat hebben. De redenering is dat vanaf 1 januari 2027 een nieuwe overeenkomst mogelijk is.
Veel sociale inschakelingsondernemingen worstelen in deze vakantieperiode met de vraag of ze de contracten moeten opzeggen of niet.
De opzeg van Soceco-medewerkers verloopt op exact dezelfde manier als voor de reguliere werknemers. De wettelijke opzegtermijnen moeten worden gerespecteerd en de ontslagmodaliteiten (aangetekende brief, opzegtermijn gaat in op eerstvolgende maandag, etc) zijn dezelfde. Het ‘gewoon’ model opzegbrief van Sociare kan worden gebruikt. In deze situatie is het wel zinvol om in de brief al kort de reden van het ontslag (stopzetting financiering) te vermelden.
Voor een minderheid van organisaties die geen inschakelingsmandaat meer zouden krijgen gaat men een ganse sector alarmeren en bij de meest kwetsbare van de medewerkers enorm veel onrust en onzekerheid creëren wat zijn directe weerslag heeft op de werking van de sector. Die weerslag willen ondernemingen vermijden.
- de SOCECO-contracten zijn contracten van bepaalde duur, maximum 2 jaar, maar meestalwordt een contract van één jaar gegeven dat één keer kan verlengd worden.
- de opzeg van opeenvolgende contracten van bepaalde duur kan alleen voor het eerste contract, niet meer voor de daaropvolgende: dat betekent dat de opeenvolgende contracten toch tot de einddatum uitbetaald moeten worden bij een eerste contract van bepaalde duur kan dit alleen maar in de eerste 6 maanden van het contract opgezegd worden en moet de laatste dag van de opzegperiode binnen deze eerste 6 maanden vallen, anders moet het contract eveneens tot de einddatum uitbetaald worden.
- één van onze leden gaat bijvoorbeeld nieuwe SOCECO-contracten (vanaf 01/08/2026) voorlopig nog maximaal tot 31/12/2026 laten lopen. Indien men opnieuw een mandaat krijgt, kan men deze contracten verlengen vanaf 01/01/2027, indien men geen mandaat meer zouden krijgen, moeten men deze contracten dan ook alvast niet opzeggen want ze vervallen automatisch per 31/12/2026
- voor verschillende organisaties samen heeft men bijvoorbeeld momenteel XX SOCECO-contracten, daarvan lopen er de helft over het jaareinde: gemiddeld zou er per contract dat opgezegd wordt in december 2026 slechts nog 3 maanden opzeg uitbetaald moeten worden
- dit zou voor die organisaties een serieuze financiële aderlating betekenen die hun werking hypothekeert maar voor het Brussels Gewest is dat geen grote extra-kost en indien zij deze kost op zich zouden nemen, zou het de organisaties 3 maanden de tijd geven om zich te reorganiseren en te heroriënteren indien ze geen nieuw inschakelingsmandaat zouden krijgen.
FeBIO vindt dat het Brussels Gewest in deze haar verantwoordelijkheid moet nemen en dit niet zomaar op de sector en de organisaties kan afwentelen. Gezien het niet zoveel kost om enkel voor de organisaties die geen nieuw inschakelingsmandaat verkrijgen hun SOCECO-contracten pas in december 2026 te laten opzeggen lijkt het ons aangewezen dat het Brussels Gewest deze kost draagt ipv de organisaties zelf. Een transitie met uitdoving was een elegantere oplossing geweest die stabiliteit brengt.
Even ter aanvulling: natuurlijk komt het uitbetalen van Ecosoc neer op een kost, maar voor sociale economie organisaties is die relatief hoog in het geheel, en kan het de stopzetting van activiteiten betekenen terwijl het Gewest een overheidsbegroting is en bovendien verantwoordelijk is voor haar werkzoekenden en burgers.
Tijdens de werkgroep van de Adviesraad SO op 14 juli 2026 vroeg men Actiris om bijkomende informatie en advies over de vooropzeg voor SOCECO’s in verschillende situaties.
Ook voor de betrokken werknemers blijven er vragen en onduidelijkheden, wat hun motivatie aantast. Als hun SOCECO‑traject vroegtijdig wordt stopgezet, kunnen ze dan elders hun traject en opleiding voortzetten? Kunnen ze eventueel opnieuw een SOCECO‑traject volgen? Wat zijn de gevolgen voor hun werkloosheidsuitkering? Actiris geeft aan dat dit laatste een vraag is voor de RVA. In de praktische uitvoering van Brusselse tewerkstellingsmaatregelen spelen zowel RVA als Actiris een rol, gezien de verdeling van bevoegdheden tussen verschillende overheden.

