Strijd tegen sociale dumping

DSC01982
previous arrow
next arrow

De VRT reportage uit 2018  “Pano: Aannemer of oplichter?” kloeg de duizenden frauduleuze faillissementen aan die jaarlijks plaatsvinden. In september 2021 rapporteerde VRT over een onderzoek naar sociale dumping in de bouwsector waar 12 mensen werden opgepakt. Een netwerk van Belgische en buitenlandse bedrijven zouden veel Roemeense werknemers naar bouwwerven in ons land gehaald hebben. Een twintigtal onderaannemers zouden de slachtoffers aan het werk hebben gezet onder slechte werkomstandigheden. Men nam 14 miljoen euro in beslag.

FeBIO is verontwaardigd. Vanuit de Brusselse sociale inschakelingseconomie, klagen we die wantoestanden mee aan. Coördinatoren en werfleiders in onze organisaties actief in de bouwsector kennen mensen die slachtoffer waren van erbarmelijke werkomstandigheden en belanden soms in situaties waar ze concurreren voor opdrachten met zo’n ondernemers.

Waarop inzetten in de strijd tegen sociale dumping?

De regulering van sociale aanbestedingen is een eerste duidelijke piste. Alles kan beter en zeker de reglementering rond tewerkstelling in de bouw. Bouwprojecten gaan uit van ramingen, architecten maken die op basis van de ‘Aspen index voor bouwkosten’. Zo’n estimaties vermelden eenheidsprijzen voor zowel alle materiaal en de lonen van een project, wat zich vertaalt in een percentsgewijze verhouding van de totale kosten. Het percentage gelinkt aan tewerkstelling, het aandeel van de lonen, daar zou men meer controle op kunnen doen. Door hier een verplichting aan te koppelen om correcte lonen uit te betalen. Men kan een vereiste opleggen onder de vorm een tewerkstellingsplan en daarbij kwalitatieve selectiecriteria hanteren op vlak van de inzet van arbeid met een duidelijke wegingsfactor. Als men offertes bekijkt, daar waar men in verhouding meer VTE voltijds inzet, kan men dit positief laten wegen bij een beoordeling en bij de uiteindelijke selectie. Dit vraagt een uitgesproken engagement van de overheid om prioriteit te geven aan correct betaalde arbeid. Zonder controle van de loonlijsten achteraf van de projecten blijft het een maat voor niets. Voor sociale aanbestedingen geldt een erkenningsvereiste voor de ondernemingen, wat een voorwaarde is om aan zo’n aanbestedingen te kunnen meedoen. 

Een bijkomend probleem in deze context is dat vzw’s momenteel niet makkelijk een erkenning krijgen nodig voor openbare aanbestedingen (categorie 1-8, van kleine naar grote projecten). De commissie van toewijzingen heeft het daar precies moeilijk mee. Het type ondernemingsstructuur is nochtans niet van belang. Financiële draagkracht, technische bekwaamheid, professionele integriteit kunnen door vzw’s gegarandeerd worden. Van vzw’s weet men dat winst niet primeert. Hoe kan men die hinderpalen voor vzw’s wegwerken?  De overheid heeft tevens de mogelijkheid om meer opdrachten uitschrijven voor kleinere projecten. In klasse 1 tot 4 kan men meedoen voor projecten van respectievelijk 135.000 tot 900.000 euro.

Het voorbehouden van openbare aanbestedingen aan sociale economie is een piste, via sociale clausules. Dat impliceert dat er bereidheid moet zijn bij het beleid en lokale overheden om hierin mee te gaan. Men mag daarbij niet te zeer op prijs focussen. FeBIO is voorstander van sociale clausules. Er is ruimte tot verbetering want in de praktijk stelt dit in Brussel nog veel problemen.

Een soort ‘SMART’- systeem uitwerken voor technische sectoren en in de bouw is een opportuniteit. Smart Brussel stelt diensten ter beschikking in tal van domeinen: juridisch, financieel, administratief, opleidingen, economische begeleiding, coworkingruimten. Concreet biedt Smart advies, opleidingen en tools (administratief, juridisch, fiscaal en financieel) om autonome werkers bij te staan in de ontwikkeling van hun professionele activiteit. Dankzij het statuut van ondernemer-loontrekkende van Smart verzoent men sociale bescherming en echt ondernemerschap.

Bouwwerven zijn niet te delokaliseren. Dat is een groot voordeel en zou onze overheid moeten aanzetten om hier kansen te scheppen voor tewerkstelling voor laaggeschoolden en aan een kolossaal maatschappelijk knelpunt (een tekort aan kwalitatieve jobs voor laaggeschoolden) te verhelpen.

Er is duidelijk nood aan opleiding in de bouw, voor bepaalde specialisaties, en veel vraag in de arbeidsmarkt.  De sociale economie kan een grotere rol spelen en meer laaggeschoolde profielen opleiden voor toeleiding naar de reguliere arbeidsmarkt in de bouw (asbestverwijdering, isolatie, metser, timmerman…), zie de foto’s in slider, van een afbraakwerf met sociale inschakeling van Casablanco. Klimaatactie, de inspanningen van onze leden op vlak van energiezuinig wonen, duurzaam renoveren, circulair ondernemen…combineren met inschakeling en duurzame sociale tewerkstelling vormt een mooi objectief.

De sociale inspectie, moet zijn rol spelen.  Het gaat daarbij niet alleen om meer inspecteurs op de werven, in absoluut aantal. Inspecteurs moeten behoorlijk opgeleid worden en de frauduleuze praktijken leren (her)kennen. Er moet meer maar vooral effectievere controle zijn! De registratiesystemen zoals LIMOSA en DIMONA, checkinatwork, construbadge leveren nuttige informatie. Aanwezigheidsregistratie  op de werven zou volgens de vakbonden versterkt kunnen worden door het invoeren van een check-in en check-out alsook door de grens van 500 000 euro te verlagen. Dat zijn effectieve instrumenten die informatie kunnen verschaffen om fraude op te sporen en tegen te gaan. De illegalen die op de bouwwerven werken zijn zelf ook slachtoffer. Het gaat lang niet altijd of niet alleen om buitenlanders, die de malafide koppelbazen zijn, met de spookbedrijven.