FeBISP en FeBIO vroegen al langer uitbreiding van de in te dienen kosten voor de subsidie voor deze tewerkstellingsmaatregel. Lees hier de nota van FeBIO uit eind 2022.
Er blijft ook een structureel probleem bestaan dat de kost voor het dubbel vakantiegeld van bedienden niet wordt opgenomen in de DmfA-database. “De huidige berekeningswijze steunt op DmfA-gegevens en, zonder correctie, leidt deze ertoe dat een wettelijk verplicht en structureel onderdeel van de loonkost van bedienden – met name het dubbel vakantiegeld – systematisch buiten beschouwing blijft, terwijl dezelfde kosten bij arbeiders wél in de berekeningsbasis vervat zitten via de patronale bijdragen.
Voor de arbeiders bevatten de patronale bijdragen immers zowel het enkel als het dubbel vakantiegeld. Er is geen enkel argument om het dubbel vakantiegeld van de bedienden te weigeren als het voor de arbeiders wel aanvaard wordt!
Het gevolg is dat voor bepaalde organisaties met bedienden een lagere, onvolledige premie wordt berekend, terwijl de reële loonkost van de werknemers, aan het minimumloon, hoger is dan een volledige premie.
Ook Sociare deelde de legitieme vraag om ook het dubbel verlofgeld (dubbel en aanvullend) mee op te nemen in de loonkost die in rekening genomen wordt, aangezien het ook een reële kost is die door de organisatie moet gedragen worden.
SOCECO is één van de statuten tewerkstellingssteun die mogelijk ook hervormd worden. Alles kan beter! FeBIO blijft daarom suggesties doen voor verbeteringen.
Het dubbel verlofgeld maakt inderdaad deel uit van het door de werkgever verplicht te betalen vakantiegeld. Dat staat duidelijk opgenompen in artikel 14 van het KB van 30 maart 1967: “Het bedrag van het vakantiegeld van de arbeider is gelijk aan (15,38 pct.) van de lonen van het vakantiedienstjaar die tot basis hebben gediend voor de berekening van de bijdrage verschuldigd voor de samenstelling van dit vakantiegeld, eventueel vermeerderd met een fictief loon voor met (dagen normale werkelijke arbeid) gelijkgestelde inactiviteitsdagen.” In deze bepaling wordt verwezen naar de arbeiders, maar voor bedienden is dit net zo.
De bepaling komt op het volgende neer:
Het vakantiegeld bestaat uit drie onderdelen:
1. Enkel vakantiegeld (evg): dat is het loon dat je aan de bediende betaalt op het ogenblik dat hij vakantie opneemt. Op het evg zijn dan ook de gewone rsz-(werkgevers- en werknemers)bijdragen en de gewone bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Voor arbeiders betaal je het enkel vakantiegeld via de rsz-werkgeversbijdragen die op 108% van het loon berekend worden.
2. Dubbel vakantiegeld (dvg)
3. Aanvullend dubbel vakantiegeld (advg)
Het dvg en het advg vormen samen een toeslag van 1/12de van 92% op het brutoloon van de maand waarin de hoofdvakantie ingaat, per gepresteerde maand in het vakantiedienstjaar.
Zij worden onderscheiden omwille van het verschil in rsz-bijdragen, en komen dus ook op verschillende lijnen in bv. de loonberekening.
Op het dvg (85%) is een exceptionele rsz-afhouding van 13,07% (er is geen rsz-werkgeversbijdrage op verschuldigd). Het advg (7%) is helemaal vrij van rsz.
De wet schrijft voor dat het dvg en advg met het loon van de maand waarin de hoofdvakantie start, moet worden uitbetaald. Het gaat dus in ieder geval om een wettelijke verplichting.
Treedt een werknemer uit dienst, dan betaal je hem vertrekvakantiegeld uit. Dat bestaat uit:
- vertrekvakantiegeld voor het voorgaande vakantiedienstjaar – lopende vakantiejaar voor de vakantiedagen die hij nog niet opnam. Betaalde je voor het huidig vakantiejaar het dubbel vakantiegeld nog niet uit, dan betaal je dat uit bij de uitdiensttreding.
- vertrekvakantiegeld voor het lopende vakantiedienstjaar – volgende vakantiejaar: het evg, dvg en advg voor de bij jou in het lopende vakantiedienstjaar verdiende vakantie.
Het vakantiegeld bij uitdiensttreding komt overeen met 15,34% van het in het vakantiedienstjaar verdiende brutoloon (daar zit ook het fictieve loon voor gelijkgestelde dagen in). Dit is ook het percentage dat je kunt terugvinden in artikle 14 van het KB jaarlijkse vakantie.
15,34% bevat het evg, het dvg en het advg, en wel als volgt:
- 7,67% = enkel vertrekvakantiegeld
- 6,8% = dubbel vertrekvakantiegeld
- 0,87% = aanvullend dubbel vertrekvakantiegeld
De rsz-bijdragen op de verschillende onderdelen zijn aangepast sinds 1 januari 2007. Er zijn nu ook rsz-bijdragen verschuldigd op het evg. Voordien was dat bij de uitdiensttreding vrijgesteld van rsz, en werd die pas ingehouden bij de verrekening bij de nieuwe werkgever.

