Brusselse sociale economie heeft nood aan vertrouwen

Al meer dan 30 jaar bouwen sociale-economieorganisaties in Brussel aan duurzame trajecten voor mensen die ver van de arbeidsmarkt staan en die vaak voor het eerst aansluiting vinden bij de samenleving. Dat werk vraagt tijd, vertrouwen en continuïteit. Het laat zich niet herleiden tot één project of één beleidsperiode.


Continuïteit versus harde reset


En toch dreigen veel organisaties vandaag opnieuw van nul te moeten beginnen. Waar de sector uitging van een verlenging van de bestaande erkenningen en structurele financiering, ligt nu een volledig nieuwe subsidieronde op tafel waarbij organisaties opnieuw moeten bewijzen dat ze mogen verder werken. Dat roept fundamentele vragen op over rechtszekerheid en goed bestuur.
Organisaties hebben hun personeelsbeleid, samenwerkingen en investeringen immers opgebouwd in het vooruitzicht van continuïteit. Wie die basis opnieuw conditioneel maakt, duwt structurele spelers in een staat van permanente voorlopigheid. Dit is geen bijsturing, dit is een harde reset die geen rekening houdt met wat al is opgebouwd.


Er wordt verwezen naar de recente evaluatie (spending review) over de manier waarop Brussel sociale economie-organisaties financiert om mensen naar werk te begeleiden. Zowel sector- als adviesorganen wezen nochtans op de beperkingen van dit rapport. Het meet vooral wat gemakkelijk meetbaar is: budgetten, aantallen, administratieve data. Wat moeilijker te meten valt – kwaliteit van de begeleiding, opgebouwde expertise, individuele trajecten – blijft grotendeels buiten beeld. Zo’n macro-analyse kan nuttig zijn voor beleidsreflectie, maar vormt een wankele basis om individuele mandaten opnieuw te verdelen.
Voor alle duidelijkheid: dit is geen pleidooi tegen evaluatie. Sociale economie moet geëvalueerd worden, net omdat kwaliteit ertoe doet. Maar wat vandaag voorligt is geen verfijning van het beleid. Het creëert een pervers signaal: hoe langer en consistenter je werkt, hoe groter het risico dat je alles opnieuw moet bewijzen.

Onzekerheid troef


De kost van die onzekerheid is reëel: organisaties stellen investeringen uit, ervaren begeleiders haken af, samenwerkingen komen onder druk te staan. Wat in jaren is opgebouwd, kan in enkele maanden worden uitgehold.
In de Brusselse context is dit geen detail. Sociale inschakeling gebeurt hier in een complexe stedelijke realiteit gekenmerkt door een hoge werkloosheid, superdiversiteit en groeiende ongelijkheid. Trajecten zijn hier per definitie intensiever, trager en minder lineair. Precies daarom vraagt deze context om stabiliteit en om continuïteit. De Brusselse sociale economie is geen blanco blad, ze is een opgebouwd ecosysteem van organisaties, mensen en praktijken die elke dag bewijzen dat inschakeling werkt – mits tijd en vertrouwen. Wie sociale economie ernstig neemt, kiest niet voor permanente her-selectie, maar voor een duurzaam partnerschap gebaseerd op vertrouwen.

Een bijdrage van één van onze leden.