Reductie van de duur werkloosheidsvergoeding, etc… Wie is in Brussel de pineut? Welke impact voor inschakelingsondernemingen?

Volgens een studie 1van Vivalis zou 32% van deze 24.700 potentieel uitgeslotenen in het Brusselse Gewest een leefloon ontvangen van het OCMW, 21% zou een job hebben gevonden, 5% zou terugvallen op een ziekte- of invaliditeitsuitkering en 42% (10.240 personen) zou zonder eigen inkomen (uit de sociale zekerheid) vallen tijdens de eerste 6 maanden na hun uitsluiting (als men 55-plussers buiten beschouwing laat).

De gevolgen van de reductie van de werkloosheid tot 2 jaar verontrusten. Van alle potentieel uitgesloten werklozen in België zou een derde van zij die een leefloon ontvangen en een derde van zij die zonder eigen inkomen vallen in de hoofdstad wonen en dit terwijl de Brusselse bevolking slechts een tiende van de totale bevolking van het land uitmaakt. Er is een verhoogd risico op toenemende armoede onder een al kwetsbare bevolkingsgroep.

Meer inactieven2 en leefloners 

Wie zijn de 21% verondersteld binnen 6 maanden werk te vinden ? Hoe zit het met de profielkenmerken (leeftijd, geslacht, scholingsniveau, gezinssituatie, origine, taalkennis…) van die subgroepen. Gaat het om ‘passend werk’, voltijds, deeltijds, precaire arbeid of stabiel ? Wie zijn de 42% uitgeslotenen uit de sociale zekerheid?

Vier logistische regressies werden uitgevoerd op basis van gegevens over de personen die in 2015 werden uitgesloten van een inschakelingsuitkering. Bij gelijke kenmerken wijzen de resultaten van het model(figuur 8)  bijvoorbeeld op de invloed van de verschillende kenmerken op het risico om zonder inkomen te vallen: Gewest: bij gelijke omstandigheden (opleidingsniveau, geslacht, leeftijd enz.) is het risico om zonder inkomen te vallen na uitsluiting veel groter in het Brussels Gewest. Geslacht. Vrouwen lopen meer risico dan mannen. Gezinssituatie. Samenwonen verhoogt dit risico aanzienlijk, aangezien samenwonenden in veel gevallen niet in aanmerking komen voor een leefloon. Opleidingsniveau. Wie laaggeschoold is loopt een groter risico om zonder inkomen te vallen dan hoger opgeleide mensen. Leeftijd en werkloosheidsduur. Dit risico neemt aanzienlijk toe met de leeftijd en de werkloosheidsduur.

Men houdt geen rekening met de huidige macro-economische context en de specifieke kenmerken van de werkaanbiedingen. FeBIO herinnert eraan dat er in Brussel weinig aanbod is en er 10 werkzoekenden voor elke laaggeschoolde job zijn. Daarentegen voor hooggekwalificeerden in Brussel is er voor elke job een kandidaat 3. Men neemt dus economische zekerheid af van veel mensen die niet aan de bak komen omdat er niet genoeg jobs zijn. Zij zitten vaak in tijdelijke, halftijdse en precaire arbeid waar ze niet voor kiezen. Stop met sociaal experimenteren, spelen met het leven van mensen, geef kortgeschoolden werk.

Werken en opleiding aantrekkelijker maken

De discussie over verlies van werkloosheidsuitkering voor de werklozen die een opleiding voor een knelpuntenberoep volgen woedt. De opleidingskost verschuift naar het individu. Hoeveel mensen volgden in Brussel zo’n opleiding en hoeveel daarvan blijven nadien dat beroep effectief uitvoeren? Waarom niet? De aantrekkelijkheid van bepaalde knelpuntberoepen in een aantal sectoren zoals horeca, hotelsector, groot-en kleinhandel, transport staat onder druk (manuele repetitieve taken, exposie besmettingsgevaar, tillen en heffen ladingen, luiddruchtige, onaantrekkelijke omgeving). Dit kan mee het gebrek aan werkkrachten verklaren. De arbeidsomstandigheden zouden volgens de OESO verslechterd zijn tussen 2015 en 2021…4. Het attractiever en meer lonend maken (kan via fiscaliteit) zou dus motiveren. Minister Clerfayt onderlijnde in de Commissie Economische zaken van 19 maart 2025 dat het schrappen van deze uitkeringen volgens hem een vergissing is. Het merendeel van de vrijstellingen van beschikbaarheid in Brussel (8204 in 2024) wordt aan hen gegeven. 2/3 Van de knelpuntberoepen bevinden zich in sectoren die diploma’s eisen met vaak langere opleidingen (3 jaar).

Voor de kortgeschoolden die in een vaste job stappen wint men zo’n 10% inkomen, maar er zijn kosten voor kinderopvang en mobiliteit (probleem werkloosheidsval). Men wou het verschil tussen werken en inactiviteit (uitkeringen) verhogen maar na de verkiezingen is er geen politiek draagvlak voor. Voor de inactieven, mag Brussel meer verwachten van het federaal niveau (hefbomen fiscaliteit…). De studie 5 van de RVA over ’10 Jaar versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkering’, vindt in de evaluatie geen aanwijzingen van een positieve impact van deze laatste hervorming op de transities naar werk.

We zitten in Brussel met een structureel tekort aan banen voor kortgeschoolden en in vergelijking met andere hoofdsteden hebben we er meer. Aanklampen brengt voor die subgroep niet zo veel op. Voer een aangepast arbeidsmarktbeleid (met aangepast budget)voor Brussel en overleg met federaal.

Aan het werk blijven is geen sinecure

Theo, een veertiger, zegt : “Ik heb meer dan 20 jaar gewerkt in de horeca, jarenlang klanten bediend in een trendy restaurant hartje Brussel. De zaak werd overgenomen, het vast zaalpersoneel verdwijnt en wordt vervangen door veel goedkopere studenten, daar betaalt men geen RSZ op. Het keukenpersoneel houdt men nog even in dienst, om de klanten niet te verliezen, maar hoe lang nog?”.

De inkomensongelijkheid in de gemeenten, neemt toe. In parallelle werelden, leven rijke en arme Brusselaars met andere codes en waarden. Zij die ‘overleven’, van een uitkering, zonder inkomen of vast werk, in precair werk, zwartwerk…. Anderen ergeren zich aan de toenemende onveiligheid en gebrek aan netheid.

Impact sociale inschakelingsondernemingen onduidelijk

FeBIO en zijn leden ijveren voor maximale tewerkstelling van Brusselse kansengroepen. Bij de doelgroep zijn veel laaggeschoolden en die zijn mee de pineut. De financiering van het mandaat inschakeling, de uitbetalingen en continuïteit 2025 en 2026 zou gelukkig verzekerd worden. De garanties voor allerlei subsidies worden op hele korte termijnen gegeven wat normale bedrijfsvoering bemoeilijkt.

Wat betekent: De groep met een (geïndiceerde) arbeidsbeperking zal een job aangeboden kunnen krijgen in de sociale economie (maatwerkbedrijven). Dit noodzaakt een groeipad in de sociale economie op regionaal niveau en wordt financieel gecompenseerd. Zie 6 federaal regeerakkoord, p 17. Het zou gaan om de indicering door VDAB op basis van ICF (een instrument, inschattingslijst voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt). Hieraan is een rugzak voor die persoon verbonden. Er zijn in functie daarvan overeenkomstige categoriën tewerkstellingssteun, voordelen, mogelijkheden in sociale economie voor het individu. Beschutte werkplaatsen bestaan al enige tijd niet meer in Vlaanderen. Sociale werkplaatsen ook niet.  Het werden allemaal maatwerkbedrijven en het wettelijk kader is het maatwerkdecreet.

De indicering van VDAB wordt door Actiris in Brussel enkel gebruikt voor niet toeleidbaren naar de arbeidsmarkt. Actiris formuleerde als “het federaal regeerakkoord voorziet : Werkzoekenden met een handicap zullen worden geöriënteerd naar de sociale eonomie (die een boost zal krijgen via federale financiering)”.

We kennen tijdelijke ondersteuning via het mandaat inschakeling. Meer inactieven (moeilijker te activeren) in instroom zijn mogelijk te verwachten.

Gaat men meer investeren in sociale economie?

In april stelt men spending review sociale economie voor in het Brussels parlement. Dat kan hogere of lagere financiering brengen. Blijft men de omkadering en de gesubsidieerde banen van SOCECO’s en Artikel 60 Sociale Economie, doelgroepgeco’s ondersteunen? Komen er verplichte ‘samenlevingsjobs’ ? De langdurig werkzoekenden behouden dan hun werkloosheidsuitkering, aangevuld met een vergoeding van 4,5 euro per uur (t.o.v. 1,3 euro per uur bij gemeenschapsdienst). Deze tijdelijke werkervaring wordt aangeboden na 1 jaar werkloosheid en is bedoeld als opstap naar een reguliere job. Dit is geen volwaardig werk en men riskeert verdringing van bestaande jobs.

Voor bepaalde delen van de economie kan de overheid fiscaal aanmoedigen om een plaatselijke economie te construeren, lokaal vervaardigde producten, goederen, isoleren van gebouwen, recycleren van afval en goederen, via het werken met openbare aanbestedingen. Men kan vaste contracten voor laaggeschoolden ondersteunen, samenwerken met de sociale economie, in sociale dienstverlening. Werkervaring combineert vorming met een echt inkomen. Lonen betekenen koopkracht. Zo’n loonsubsidies zorgen voor meer inclusiviteit en maatschappelijke winst.

Impact op de doelgroep?

De sociale inschakelingsondernemingen vragen efficiënte toeleiding naar werk, naar onze organisaties. Er komen wijzigingen bij Actiris, in de begeleidingsopdracht, de vrijstellingen, de beroepsopleiding (kortere opleidingen, versterking IBO?), mogelijk in de tewerkstellingsmaatregelen. De timing is onbekend. De OCMW’s verwachten een tsunami. Een bijkomende subsidie van 10 % van het toegekende leefloonbedrag, wordt gebruikt voor de cofinanciering van de kosten voor begeleiding en activering. De budgetten en bedragen voor de bijkomende taken door de OCMW’s en gemeenten in het Brussels Gewest worden voorzien, leeflonen, personeel en aanvullende sociale bijstand voor een totaal van ongeveer € 79.228.000 (zie detailcijfers in studie Vivalis).

Het rapport van Vivalis vermeldt ‘Uitsluiting wekt gevoelens van minderwaardigheid, onrecht en ontmoediging, wat kan leiden tot een breuk met deze structuren en een zekere marginalisatie. De gevolgen voor de gezondheid, met name de geestelijke gezondheid, van de betrokkenen kunnen aanzienlijk zijn”.

FeBIO vraagt zich af wat de voorspellingen zijn voor mogelijke neveneffecten, zoals stijgende ziektekosten van de groeiende groep inactieven, het hogere schoolverzuim in de gezinnen waar niemand werkt, (familiale achtergrond heeft de grootste invloed op schoolresultaten die samenhangen met inkomensongelijkheid), criminaliteit, armoede… Men veroorzaakt waarschijnlijk een nog schevere verdeling van arbeid over de Brusselse huishoudens (polarisatie-index concentratie werkloosheid gezinnen, huishoudens waar minstens 1 persoon aan het werk is en hoeveel volwassenen aan het werk).

Migratie blijft onderbelicht in analyses

Het gaat van een streng, naar nog strenger immigratiebeleid. Ontrading! Maar ze blijven komen, in onregelmatig tempo en er komen er meer. In een stad waar werk voor kortgeschoolden schaars is en zonder dat men een betere spreiding naar de rest van het land organiseert. Nieuwkomers kampen in Brussel meer dan in andere steden met gebrekkige integratie op de arbeidsmarkt. Die mensen willen vaak werken. Diploma’s worden vaak niet erkend. De laatste nieuwkomers aan de onderkant van de arbeidsmarkt concurreren bovendien met de voorgaande golf. Het gaat om steeds andere nationaliteiten en dat zorgt voor spanningen.

Voetnoten 

  1. Voorstel tot beperking van de duur van de werkloosheidsuitkeringen tot twee jaar: wat staat de uitgesloten werklozen te wachten en wat zijn de gevolgen voor de Brusselse OCMW’s?, Vivalis Marion Englert, januari 2025. ↩︎
  2. (2) Noot: Inactieven zijn ontmoedigde werkzoekenden, huisvrouwen en -mannen, langdurig zieken (de grootste groep), vroeggepensioneerden en voltijdse studenten. ↩︎
  3. Zie Bruxelles, Métropole de talent, Lucas Leblanc, analyste de politiques publiques, OCDE Exposé des résultats de l’étude de l’OCDE “Promouvoir les talents à Bruxelles” 22 januari 2025, slide 9 ↩︎
  4. Zie Bruxelles, Métropole de talent, Lucas Leblanc, analyste de politiques publiques, OCDE Exposé des résultats de l’étude de l’OCDE “Promouvoir les talents à Bruxelles” 22 januari 2025, slide 13) ↩︎
  5. 10 Jaar versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkring, 2022, RVA ↩︎
  6. Federaal regeerakkoord 2025-29, p 17. ↩︎