Evaluatie van het nieuwe wettelijk kader van de Ordonnantie SO en het mandaat inschakeling

Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap

De Ordonnantie van 23 juli 2018 et het Besluit van 20 december 2018 zorgden voor overeenstemming met het Europees wettelijk kader sociale economie en zijn definities. Dat was vanuit juridisch oogpunt hoognodig en is uitermate positief. Europa beperkt echter wel de mogelijkheden om tewerkstelling te financieren. De Brusselse tewerkstellingssteun kleurt dus ook binnen Europese krijtlijnen. FeBIO vindt het opportuun om een differentiëring van de verschillende types Brusselse sociale ondernemingen zelf ( non profit, social profit, publieke spelers, dienstencheques bedrijven) te maken en de economische dimensie te verhelderen (één van de EMES-criteria (European Research Network)) waarop de Ordonnantie steunt. Wie zijn de nieuwkomers in het mandaat inschakeling? Het klaverbladmodel voor financiering vanuit verschillende beleidshoeken en bevoegdheden blijft voor vele organisaties levensnoodzakelijk.

Lees verder

Evaluatierapport uitvoering Ordonnantie 23 juli 2018 over de erkenning en steun aan sociale ondernemingen

Het nieuwe rapport van het Kabinet Clerfayt (september 2021), presenteert een aantal kerncijfers en bevat een analyse van activiteitenrapporten van de inschakelingsondernemingen. Het vermeldt dat de sociale ondernemingen een opmerkelijke veerkracht tijdens de gezondheidscrisis vertoonden. Op 25 juni 2021 waren er 157 sociale ondernemingen erkend waaronder 121 vzw’s, 23 cooperatieve vennootschappen, 7 OCMW’s, 3 Hfdst. 12 over de organieke wet voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, 1 BVBA en 1 NV.

Zo’n 85 ondernemingen zitten in PC 329, 9 in PC 337, 11 in PC 322, 9 in PC 200, 8 in PC 319, 3 in PC 327, 4 in PC 100, 6 in PC 332, 3 in PC201, 1 in PC 112, 2 in PC 124, 1 in PC 118, 1 in PC 315, 2 in PC 218, 2 in PC 227, 1 in PC 302, 2 in PC 304, 2 in PC 314, 2 in PC 330, 2 in PC 331, 2 in PC 335, 3 in PC 339…

127 Ondernemingen kregen een mandaat. In 2020 was er 13.343.250 miljoen euro om 1637 VTE’s te begeleiden. In 2021 waren in 126 organisaties 1764 VTE doelgroep medewerkers tewerkgesteld op het ogenblik van de compensatieaanvraag.

Lees verder

Reflecties bij de nieuwe mandaataanvraagprocedure sociaal ondernemerschap

De overgang naar een nieuw wettelijk kader is eindelijk afgerond. De eerste stap was de erkenning als sociale onderneming. De organisaties werden vervolgens ‘gemandateerd’ voor inschakeling, de tweede stap. Een hele prestatie! De administratie BEW, Federaties, Actiris en het Kabinet Clerfayt werkten hiervoor in goed overleg samen! We formuleren enkele bedenkingen na het invullen van het nieuwe mandaataanvraagformulier en het doorlopen van de nieuwe procedures:

Het competentiedenken lijkt de spil waarrond het nieuwe inschakelingsprogramma van de organisaties draait.  Door die sterke focus op formele opleiding in het inschakelingsprogramma, liefst met validatie van competenties, bij de mandateringsprocedure verliest men het belang van de maatschappelijke meerwaarde via een economische activiteit, wat uit het oog.   

FeBIO kaart zo’n pijnpunten aan, communiceert naar het Kabinet en de administratie BEW en vraagt een evaluatie en bijsturing, inhoudelijk en semantisch.

Lees verder

Eerste evaluatierapport Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap

Een eerste evaluatierapport voorbereid door minister Clerfayt van de Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap werd goedgekeurd door de Brusselse regering op 16 juli 2020.  Daarin vinden we enkele interessante cijfers. 144 Sociale Ondernemingen werden erkend. Hieronder telt men 101 SDO’s, 6 publieke initiatieven type 1, 12 type 2 en 25 type 3. Men telde 114 VZW’s, 19 coôperatieven, 6 OCMW’s, 3 vzw’s hoofdstuk 12, 1 BVBA, 1 NV. 78 Zitten in Paritair Comité 329, 12 in PC 322, 6 in PC 319, 5 in PC 332, 4 in PC 200, 4 in PC 337, 3 in PC 214, 2 in PC 201, 2 in PC 230, 2 in PC 304, 2 in PC 335, 2 in PC 318 , 2 in PC 331 en enkele organisaties in PC’s 118, 227, 302, 327, 124,121,112, 329 en 201 en 329 en 337 (twee PC’s per organisatie). Op de 144 waren er 107 voordien PIOW of IO.

De geografische spreiding van de erkende SO’ s is als volgt: 22 Brussel-Stad, 18 Sint-Gillis, 17 Anderlecht,14 Schaarbeek, 13 Elsene,12 Sint-Jans-Molenbeek, 7 Sint-Joost, 7 Laken, 6 Vorst, 4 Evere, 3 in Koekelberg, 3 in Sint Agatha Berchem, 3 in Ukkel, 3 in Jette, 3 in Etterbeek, 3 in Neder-over-Heembeek, 2 Sint-Pieters-Woluwe, 2 in Oudergem, 1 in Watermaal-Bosvoorde, 1 in Sint-Lambrechts-Woluwe. Geen enkele organisatie genoot gewestelijke steun voor ondernemingen. 9 Kregen financiering door de GIMB groep (waaronder 1 Vlaams: MAKS).

Rollercoaster aan hervormingen zorgt voor ongerustheid in de Brusselse inschakelingssector.

De oproep tot kandidaatstelling voor de toekenning van een mandaat voor het realiseren van een sociaal inschakelingsprogramma en de uitoefening van een opdracht van diensten van algemeen belang werd op 2 maart 2020 gepubliceerd. Het mandaataanvraagformulier indienen kan tot en met 14 april om middernacht. Meer info.

FeBISP en FeBIO schreven op 20 februari 2020 een brief aan het Kabinet Clerfayt. Wij vragen samen garanties, meer financiële zekerheid en de tijdige uitbetaling van de voorschotten in het kader van het gloednieuwe mandaat inschakeling van de Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap.

FeBIO hekelt sinds mei 2019 een gebrek aan overgangsmaatregelen, onder meer voor de doelgroepgeco’s. Die tellen (net zoals Activa en duaal lerenden met een arbeidscontract) niet meer mee in het kader van het mandaat inschakeling voor de financiering van de omkadering. Vooral kleine structuren zijn in dit opzicht kwetsbaar. Er waren zo een 36,75 doelgroepgeco’s VTE bij onze leden. Die personen moeten hun traject kunnen uitdoen als doelpubliek (dat was 4 jaar in PIOW). Men moet de organisaties tijd geven om zich aan te passen, het doelpubliek op peil te houden en de financiële consequenties van de nieuwe regelgeving te neutraliseren.

Het overgangsjaar 2020 waarin een aantal Brusselse hervormingen samen effectief worden vraagt om soepelheid! Enkel inschakelingscontracten (geco’s), Artikel 60 en inschakelingsbanen (nieuwe benaming voor de oude SINE- of DSP-contracten) tellen mee voor financiering van de omkadering als doelpubliek in het kader van het mandaat inschakeling. De mate van subsidiëring van de verschillende types contracten verschilt.

Nieuwe inschakelingscontracten zijn momenteel niet te verkrijgen.

De nieuwe inschakelingsbanen (een bijkomend contingent aan transitiebanen en inschakelingsbanen voor de houders van een mandaat inschakeling in het kader van de Ordonnantie Tewerkstellingssteun) zijn pas vanaf januari 2021 beschikbaar. Hier kan men in 2020 geen gebruik van maken om het doelpubliek te stabiliseren (en de financiering). De oude DSP- en SINE- contracten worden omgezet in inschakelingsbanen. Er is een gebrekkige afstemming qua timing tussen de Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap en het mandaat inschakeling met de Ordonnantie Tewerkstellingssteun. Er blijven nog vele praktische vragen rond de nieuwe inschakelingsbanen open.

Lees verder

Opgepast! De statutenwijzigingen in het kader van de erkenning als sociale onderneming en de vennootschapswet zijn gerelateerd.

Dit bericht vervangt een eerder bericht. In maart 2019 werd ons gevraagd door de administratie- BEW om een tekst met de paragraaf hieronder te publiceren, maar ondertussen vonden er wijzigingen plaats.

De bestaande vennootschappen moeten ten laatste tegen 1 januari 2024 hun statuten volledig hebben aangepast én gepubliceerd in het Belgische Staatsblad. Verenigingen hebben hiervoor tijd tot 1 januari 2029, en kunnen tot dan nog hun activiteiten blijven uitoefenen volgens de oude vzw-wet. Indien een vereniging of vennootschap na 1 mei 2019 een statutenwijziging doorvoert, bijvoorbeeld in het geval van een benoeming van een bestuurder of in het kader van de nieuwe erkenningsprocedure van de sociale ondernemingen, dan zal zij haar statuten meteen moeten aanpassen aan de nieuwe wetgeving.

Dit klopt niet! De situatie is in juni 2019 als volgt (en dit werd ons ondertussen ook bevestigd op 20 juni 2019 door FOD-justitie).

De op 1 mei 2019 reeds bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen hebben onder het WVV nog de tijd tot 1 januari 2024 om hun statuten aan te passen;

De PIOW’s en IO’s die tegen oktober 2019 een dossier willen indienen om een  erkenning te bekomen onder de Brusselse wetgeving inzake sociale economie, dienen hun statuten op het moment van de aanvraag te conformeren aan de bepalingen van de Brusselse wetgeving inzake sociale economie.

Opgelet: er geldt dus een verschil tussen het regime van de inwerkingtreding van het WVV enerzijds en de vereisten voor het bekomen van een erkenning onder de Brusselse wetgeving inzake sociale economie anderzijds. Het is een vrije keuze voor de op 1 mei 2019 reeds bestaande organisaties om tegen 1 september 2019 de statuten ook reeds te conformeren aan het WVV (vervroegde opt-in). Voor de erkenning op zich dient enkel tegemoet gekomen te worden aan de betreffende bepalingen van de Brusselse wetgeving inzake sociale economie. Voor de volledigheid: de benoeming van een nieuwe bestuurder vereist geen statutenwijziging.

Vennootschapen, verenigingen en stichtingen opgericht sinds 1 mei 2019 dienen vanaf hun oprichting de bepalingen van dat wetboek na te leven;

De op 1 mei 2019 reeds bestaande Vennootschappen en verenigingen en stichtingen zullen vanaf 1 januari 2020 automatisch onderworpen worden aan de dwingende bepalingen van de nieuwe wet. Zij kunnen er ook voor kiezen om middels statutenwijziging nog voor 1 januari 2020 het WVV vervroegd toe te passen (vervroegde  OPT-IN). Deze op 1 mei 2019 reeds bestaande vennootschappen Verenigingen en Stichtingen moeten ten laatste tegen 1 januari 2024 hun statuten volledig hebben aangepast én neerleggen bij de griffie van de ondernemingsrechtbank van hun zetel.  . Verenigingen hebben daarnaast tijd tot 1 januari 2029 om de in hun statuten opgenomen bijkomstigheidsgrens van hun economische activiteiten te handhaven, en kunnen tot dan nog hun activiteiten blijven uitoefenen volgens de oude vzw-wet. Indien een vereniging of vennootschap vanaf 1 januari 2020 een statutenwijziging doorvoert, bijvoorbeeld in het kader van de nieuwe erkenningsprocedure van de sociale ondernemingen, dan zal zij haar statuten meteen moeten aanpassen aan de nieuwe wetgeving. (Dank aan Xanne Holvoet van Impact Advokaten)

(opgepast : op  28/8/2019 werd ons door de administratie van BEW formeel hetvolgende bevestigd. ‘De regelgeving stipuleert dat de erkenningsaanvragen het ganse jaar door m.a.w. op eender welk moment overgemaakt kunnen worden aan BEW. De maand september werd als indicatieve datum aangegeven om de structuren toe te laten effectief erkend te zijn op 1 januari 2020, mogelijke datum van een eerste oproep tot kandidaatstelling. De ARSO is nog niet samengesteld wat de termijn van de procedure verlengt. De oproep tot kandidaatstelling voor een mandaat en financiering zal dus wellicht niet plaatsvinden in januari, hoewel dit niet afhangt van de wil van BEW maar van de bevoegde Minister van Werkgelegenheid. De aanvragen die ons in oktober (geen nader bepaalde datum) worden overgemaakt, zullen zodanig behandeld worden dat de structuren zo snel mogelijk in het bezit zijn van hun erkenning’.

Dat is goed nieuws voor zij die niet helemaal klaar waren (gelijklopend uitstel deadline publicatie nieuwe statuten Staatsblad).

Vermits de PIOW’s en IO’s voor oktober 2019 de erkenningsaanvraag als Sociale Onderneming zullen indienen volgens de nieuwe procedure,  en gezien de nieuwe vennootschapswet werd goedgekeurd heeft dit implicaties waarop men zich tijdig moet voorbereiden. O.a. op het vlak van de vereiste erkenningen m.b.t. de uitoefening van activiteiten of de daaraan verbonden beroepen voor vzw’s …. FeBIO raadt zijn leden aan om te kiezen voor een vervroegde opt-in, en met de statuten (volledige herziening van de twee luiken) in orde te zijn tegen 1 september 2019 of ten laatste begin oktober (inclusief publicatie in het Belgisch Staatsblad).

De documenten voor de nieuwe procedure erkenning als Sociale Onderneming kan je hier vinden op de site van BEW.

Besluiten erkenning en mandaat inschakelingsondernemingen werden gepubliceerd!

Het Besluit van 2018-12-20 – Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de erkenning van de sociale ondernemingen. – B.S. 2019-01-09 werd  gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.  De finale versie van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de inschakelingsbanen werd goedgekeurd op 16 mei 2019 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.  De nieuwe Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap vind je hier. Het wetgevend kader (Ordonnantie en Besluiten) is bijgevolg kompleet. Het Besluit betreffende het mandaat en de compensatie van de sociale inschakelingsondernemingen vind je hier.

We vermelden ook:

Ordonnantie betreffende de maatregel voor inschakeling op de arbeidsmarkt in het kader van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn 5/4/2019.

Het Besluit van 23 mei 2019 Artikel 60 vind je hier.

Er is de Ordonnantie van 23 juni 2017 betreffende de tewerkstellingssteun. Ook het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de samenstelling en werking van de Adviesraad voor Sociaal Ondernemerschap werd op 6 juni 2019 gepubliceerd.

Aftrap mandaat inschakeling

De onderhandelingen over het Besluit Mandaat Inschakeling van de Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap zijn gestart. Tijd voor reflectie.

Instroom en uitstroom doelgroepmedewerkers en aandacht voor mobiliteit

Bij de instroom- en uitstroombegeleiding van de projecten zien we dat de bemiddelaars nu al een positieve rol spelen. We stelden vast dat bij de inschakelingcontracten voor jongeren de toeleiding door Actiris maar moeizaam op gang kwam. Ondertussen evalueerde men en het kader en de voorwaarden voor recrutering bleken te beperkt. Naar verwachting stuurt men bij. Nieuwe begeleidingsinitiatieven die men neemt moeten aansluiting vinden bij de Dienst Link van Actiris en bij wat al bestaat in Brussel. Een meer sectorspecifieke uitstroombegeleiding vormt een meerwaarde.

Hier situeert zich tevens de problematiek van inschaling en identificatie van de zwakke en van de heel zwakke werknemers. De kans bestaat dat zoiets nodig blijkt in Brussel in de context van de naleving van de Europese regelgeving rond SDAEB (sociale diensten van algemeen economisch belang, dat zijn vertaling vindt in het mandaat inschakeling van de Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap). We kennen het Vlaams voorbeeld, de zogenaamde ‘ICF-inschaling’ door VDAB waarbij men zwakke en hele zwakke werknemers onderscheidt voor de toeleiding naar de sociale economie. Zo’n toeleiding in het kader van het mandaat inschakeling kan in Brussel gebeuren op basis van objectieve profielkenmerken van werkzoekenden en leefloners. Niet stigmatiserend!

De geplande professionele doorstroommeting op basis van Kruispuntbankdata door het Brussels Observatorium van doelgroepmedewerkers naar de reguliere arbeidsmarkt en naar opleiding vinden we uitermate interessant. Let wel, het succes van doorstroom is tevens een functie van de kenmerken van de arbeidsmarkt. Onze organisaties kunnen enkel op hun inspanningen beoordeeld worden, we zijn een factor met een beperkt effect.

FeBIO vraagt extra aandacht voor de financiering van mobiliteitsoplossingen (ondersteuning rijbewijs behalen, fietsabonnementen, elektrische fietsen) voor het doelpubliek. Er bestaat een onderbenut potentieel voor laaggeschoolde Brusselaars om werk te vinden in Vlaanderen.

Lees verder

Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap – Update september 2018

De Brusselse Ordonnantie met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van het sociale ondernemerschap werd goedgekeurd door het parlement en op 18 september 2018 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het eerste uitvoeringsbesluit voor de erkenning als sociale organisatie werd op het Overlegplatform Sociale Economie voorgesteld en er wordt een advies geformuleerd. Er waren in mei, juni en juli enkele concertatiemomenten tussen FeBIO en FeBISP en minister Gosuin en het Kabinet. Een tweede test van de criteria voor de erkenning als sociale organisatie vond plaats. FeBIO riep zijn leden op om hieraan actief mee te doen en niet langs de zijlijn te blijven. De testresultaten waren leerzaam en werden teruggekoppeld door de administratie wat resulteerde in kleine aanpassingen, versoepelingen. Algemeen maakten we uit feedback van onze leden op dat:

  • Er beduidend meer tijd zal kruipen in plannen (bijvoorbeeld rond participatie) en rapportering. Dit knaagt aan uitvoering (planning en rapportage) van de kernactiviteit.
  • De opmaak van nieuwe statuten is tijdrovend, vraagt bespreking in AV’s en Raden van Bestuur.
  • De principes van “sociale democratische ondernemingen” zijn breed gedefinieerd en getuigen van grote druk en inmenging van de subsidiërende instantie. Veel indicatoren betreffen de bredere werking.  De principes zijn ok, maar we zien een trend van inmenging en controle die men niet van harte verwelkomt.
  • Het huishoudelijk regelement, moeten velen nog opstellen, een typedocument is nodig. De aanpassingen vragen relatief veel tijd (3 tot 12 mndn).
  • Iedereen kon de testtabel invullen, er waren geen onoverkomelijke bezwaren,  velen ‘mits aanpassing’ (boekhoudkundige, statuten, reglementen, loonspanning…).
  • De test had een beperkte scope ‘beantwoorden aan erkenningscriteria’. Economische dimensie, democratisch bestuur en sociaal doel werden vertaald in een werkbaar instrument.
  • Wat is de meerwaarde? Men moet evalueren en kosten en baten afwegen van de inspanningen want er is veel administratieve rompslomp.
  • Waarom twee types publieke structuren? Er blijven vragen.

De Ordonnatie Tewerkstellingssteun, de Ordonantie Sociaal Ondernemerschap en Artikel 60 zijn de drie pijlers waarop de inschakelingssector steunt. Een positieve vaststelling is dat de concertatie heden meer op drie gelijktijdige sporen zit. De verschillende uitvoeringsbesluiten worden op elkaar afgestemd! Er zijn checks voorzien van het Kabinet o.a. met de Europese Commissie, intercommunautair en regionaal. FeBIO betreurt de afzwakking van een aantal principes van sociaal ondernemerschap, zoals de loonspanning van maximum 1 op 4 tussen het laagste en het hoogste loon, versoepeling van de beperkingen van winstdeling etc. Er waren meer positieve geluiden, de denkpistes voor de tewerkstellingssteun werden ons meegedeeld en zo is voor DSP-SINE, +12 miljoen euro voorzien. Dit type van tewerkstellingssteun zou gereserveerd worden voor de inschakelingssector, zoals gevraagd door FeBIO en FeBISP. Wij wachten de formele voorstellen en bevestiging van de bedragen voor de contracten af. Dan volgt de uitwerking van het luik mandaat inschakeling. We verwachten een intentienota.  Dit is voor FeBIO het belangrijkste luik. De eigenheid van werkervaring moet gerespecteerd worden. Werkervaring verschilt immers van beroepsopleiding.  Hoe gaat Actiris een niet-bindend advies geven, welke zullen de beoordelingscriteria zijn, en hoe zullen zij een beroep doen op de expertise van VDAB en Bruxelles Formation? Een betere financieringswijze, verdeelsleutel van de middelen voor de mandatering inschakeling uitwerken in lijn met de Europese regelgeving rond staatssteun, is een moeilijke opgave.

De Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap passeerde in de regering in derde lezing

De derde lezing van de Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap vond op 22 februari 2018 plaats in de regering en er wordt gewacht met het versturen van deze versie naar het parlement tot er concensus is over de indicatoren in het besluit.

FeBIO, FeBISP en de vakbonden kregen midden februari de gelegenheid om hun opmerkingen bij de derde lezing van de Ordonnantie Sociaal Ondernemerschap aan het Kabinet te geven. FeBIO  vroeg naar de terugkoppeling aan de sector van de testresultaten van de nieuwe procedure erkenning als sociale organisatie. Een aantal van onze organisaties had zich voor deze eerste test, georganiseerd in het kader van de werkgroepen Ordonnantie, opgegeven. Het is opportuun dat zo’n test op een degelijke manier wordt uitgevoerd, per type organisatie, en volgens de belangrijkste criteria, nieuwe procedures.  Er komt op verzoek van de Federaties nu een tweede test met de organisaties van de definitieve erkenningscriteria als sociale organisaties op basis van het uitvoeringsbesluit voor de eerste lezing hiervan. Dat is positief.  Het is belangrijk te weten welk type van organisatie het risico loopt de test voor de erkenning niet te passeren en waarom. Lees verder