Sociale economie in Amsterdam

Posted on

Minister Didier Gosuin sprak tijdens onze Algemene Vergadering  in december vol lof over het dynamisme van de sociale ondernemers in Amsterdam en de interessante ontwikkelingen daar. Dat prikkelde onze curiositeit en wij namen een kijkje bij de noorderburen.

Wat verklaart de sterke ontwikkeling van de sociale economie in Amsterdam?

Er is de gunstige conjunctuur. Amsterdam heeft rugwind in de zeilen!

  • De regio Amsterdam heeft afgelopen jaar een recordaantal nieuwe buitenlandse bedrijven verwelkomd.
  • In 2015 vestigden zich honderdveertig bedrijven in de metropoolregio. Deze ondernemers zorgen in drie jaar tijd voor 2.953 arbeidsplaatsen, is de verwachting.
  • Een groot deel van de nieuwkomers (36) is actief op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, financieel-zakelijke dienstverlening is goed vertegenwoordigd.
  • De meeste nieuw gevestigde bedrijven (in totaal 47) komen uit de Verenigde Staten, zoals bijvoorbeeld fotobedrijf Shutterstock en WeWork, dat werkplekken verhuurt.
  • Ook hebben 35 reeds gevestigde buitenlandse bedrijven in de Amsterdamse regio hun activiteiten vorig jaar uitgebreid. Die groei leverde 3.068 extra arbeidsplaatsen op.
  • Buitenlandse ondernemingen besluiten veelal hun Europese hoofdkantoor in Amsterdam te vestigen. Volgens de gemeente komt dat door ”de gunstige ligging en goede fysieke en digitale bereikbaarheid”. Ook openen multinationals graag een marketing- of verkoopkantoor in de hoofdstedelijke regio.

Bronnen: ANP en nu.nl, januari 2016.

Het aantal sociale firma’s in Amsterdam is de afgelopen twee jaar verdubbeld en een doorstroom naar betaald werk komt steeds vaker voor (Aantal sociale firma’s in Amsterdam in twee jaar tijd verdubbeld, 23-06-15, Het Parool).

Uit cijfers van de stichting Omslag, een ideëel kennisnetwerk voor Amsterdamse organisaties, blijkt dat momenteel ruim bijvoorbeeld 2800 mensen met een arbeidsbeperking werkzaam zijn bij 62 Amsterdamse sociale firma’s. Daarvan zijn meer dan driehonderd werknemers het afgelopen jaar doorgestroomd van onbetaald naar betaald werk.

In Amsterdam compenseerde de banengroei voor laaggeschoolden in de dienstensector beter de afname van banen in de industrie…

De pijlers van het beleid.

Sociale ondernemers in samenspel met een ‘aanjagende’ overheid. It takes two to tango!

Raadsbesluit ‘Ruim baan voor Sociale Ondernemingen’.

(Initiatiefvoorstel van raadslid Marijke Shahsavari-Jansen CDA-september 2014). De gemeente Amsterdam besloot een voortrekkers- en aanjagersrol te vervullen bij de bestrijding van maatschappelijke problemen via het betrekken van sociale ondernemingen.

1.Het college onderzocht mogelijkheden  samen te werken met bestaande sociale ondernemingen

2.De ontwikkeling van nieuwe sociale ondernemingen te stimuleren en promoten door

  1. Kansen van sociale ondernemingen te vergroten bij gemeentelijke aanbestedingen. Dat vraagt om maatschappelijke impact te bepalen en/of kwantificeren.
  2. Te onderzoeken in hoeverre het noodzakelijk is om financiële middelen te reserveren, bijvoorbeeld via de oprichting van een Amsterdams Startersfonds voor Sociale Ondernemingen.
  3. Hierbij andere initiatieven voor de introductie van Social Impact Bonds en Sociale Firma’s te betrekken, evenals het klimaatfonds…

3. Andere kennisplatformen met nuttige expertise hierbij te betrekken

-Investeringen

1,4 miljoen euro werd in Amsterdam vrijgemaakt als investeringsfonds voor sociale firma’s (Duurzaam ondernemen Amsterdam 16/12/2014). De grootste hinderpaal voor de ontwikkeling van de sociale economie is immers het ontbreken van kapitaal (Mc Kinsey, Social Enterprise Monitor 2014).

De gemeente lanceerde een Actieplan sociaal ondernemerschap waar overheid en ondernemingen als partners samenwerken en er is steun voor de sociale economie vanuit de Sociaal Economische Raad.

-Er is de participatiewet om de hele doelgroep ‘arbeidsgehandicapten’ naar zo veel mogelijk regulier werk te begeleiden.

Er is veel kritiek op deze wet,  omdat er sprake is van dwang, een ‘verplichtend’ karakter. Gemeenten moeten sinds de Participatiewet van kracht is een tegenprestatie vragen aan mensen met een bijstandsuitkering.

-Social Return

De gemeente Amsterdam benut haar inkoopkracht ten volle om sociale impact te creëren. Gecontracteerde opdrachtnemers spannen zich samen met de gemeente in voor kwetsbare groepen. Dit doen zij naast de uitvoering van de gegunde opdracht. Na gunning van een opdracht gaat de opdrachtnemer in gesprek met het Stedelijk Bureau Social Return van de gemeente Amsterdam. De invulling is altijd maatwerk.

De doelgroep zijn mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken bij het overbruggen van de afstand tot de arbeidsmarkt. Zij zijn minimaal 3 maanden werkloos en staan ingeschreven bij het UWV Werkbedrijf of de gemeente. Dit gaat om mensen die vallen onder de Participatiewet en om degenen die gebruik maken van de WSW-, WGA-/WIA-/WAO-, Wajong- of NUG-regeling. Ook voortijdig schoolverlaters behoren tot de doelgroep. In specifieke projecten (specifieke arrangementen) kunnen ook andere groepen als doelgroep worden opgenomen.

Voorbeelden van invulling zijn de plaatsing van kandidaten op reguliere werkplekken en werkervaringsplaatsen. Het kan gaan om stages, opleidingen, coaching, workshops of bijvoorbeeld het afnemen van producten bij sociale firma’s.

-Aanpak jeugdwerkloosheid 

In totaal gaf Amsterdam in 2015 zo’n 8 miljoen euro uit aan de aanpak tegen jeugdwerkloosheid. In 2016 gaat de gemeente door met alle projecten die goed lopen.

De gemeente weet sinds kort precies welke jongeren tot 23 jaar niet naar school gaan of aan het werk zijn, binnenkort geldt dit ook voor jongeren van 23 tot 27 jaar.

Huis-aan-huis Van de 5.400 jongeren vindt 80 procent werk en gaat 20 procent terug naar school. De jongeren komen in heel verschillende banen en opleidingen terecht. Jongerenadviseurs zoeken jongeren die niet aan het werk zijn of naar school gaan thuis op en begeleiden ze. Jobhunters Een ander succesvol project dat in 2015 werd gestart zijn de jobhunters die op zes jongerenpunten in de stad werken. Zij kijken niet ‘wie bij welke vacature past, maar gaan uit van wat de jongere kan en wil. Het reguliere bedrijfsleven is betrokken bij de aanpak. Nazorg Verontrustend is de toename van het aantal jongeren dat moeilijk te bemiddelen is door hun grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daarvoor komt er intensievere nazorg (Jeugdwerkloosheid Amsterdam loopt terug 29-12-15, Het Parool, Olga Ketellapper).

-Wetenschappelijk onderzoek stuurt het beleid aan

In de studie ‘De prijs van jeugdwerkloosheid. Analyse van doelgroep en rendement van een publiek-private aanpak in Amsterdam Nieuw-West’ (januari 2014 in opdracht van de gemeente Amsterdam) onderzoekt men de link tussen investering in werk voor jongeren en directe en indirecte positieve effecten hiervan, die opbrengsten genereert en waarvoor men budgettaire schattingen maakt in verschillende domeinen.

Directe effecten zijn een rechtstreeks gevolg van de aanpak van jeugdwerkloosheid. Ze zijn zichtbaar bij de jongeren waar het om gaat en bij actoren die actief zijn op het domein van werk en inkomen.

  • Het aantal jongeren dat naar de arbeidsmarkt wordt toegeleid (het bereik)
  • Uitkeringen die niet meer nodig zijn
  • Productiviteit: inkomsten uit arbeid van jongeren die een uitkering hebben ingeruild voor een baan

Indirecte effecten zijn gevolgen van directe effecten die doorwerken op andere terreinen dan werk en inkomen.

  • Onderwijs. Rendeert pas als men een baan vindt. Kosten rijksoverheid.
  • Gezondheidssector. Een deel van de gezondheidsklachten dat verband houdt met werkloosheid, zal afnemen. Rijk financiert.
  • Veiligheid. Verband werkloosheid en de kans op criminaliteit. Als de jeugdwerkgelegenheid toeneemt zal de jeugdcriminaliteit dus gaan dalen en daarmee ook de kosten van politie, justitie en andere voorzieningen op het gebied van veiligheid. Een succesvol werkgelegenheidsbeleid heeft een positief effect op de helft van de criminele jongeren. Deze redenering gaat alleen op als er sprake is van grote jeugdwerkloosheid omdat onder die omstandigheden relatief veel jongeren eerder geneigd zijn tot crimineel handelen. Het merendeel van de veiligheidskosten komt voor rekening van het rijk, maar ook de gemeente Amsterdam en stadsdeel Nieuw-West dragen hier een steentje aan bij.
  • Jeugdzorg. Bekend is dat er enige samenhang bestaat tussen werkloosheid en andere maatschappelijke problemen, zoals psychosociale vragen.
  • Maatschappelijke zorg, Huisuitzetting, Zorg voor openbare ruimte en leefbaarheid: Kosten voor vandalisme veroorzaakt door jongeren, hangen ten dele samen met de tijd die jongeren beschikbaar hebben voor rondhangen in de openbare ruimte. Kosten stedenbeleid.
  • Welzijnswerk. Als de werkloosheid daalt zal het gebruik van welzijnsvoorzieningen in het algemeen ook iets verminderen.
  • Sport en cultuur

Overige effecten Bv het sociale multiplicator effect van werkloosheid naar gezinnen, buurten en volgende generaties.

De conclusie van de studie luidt dat arbeidstoeleidingvan werkloze jongeren qua maatschappelijke kosten en baten altijd de moeite waard is. Dat is zeker het geval bij kleinschalige, gerichte arbeidstoeleiding.

De maatschappelijke winst is ongelijk verdeeld. Het saldo van kosten en baten is voor de gemeente Amsterdam een verliespost van € 2.213. Amsterdam betaalt € 6.500 voor een re-integratietraject en spaart vooral geld uit op onderwijsgelden en bijstandsuitkeringen. De grootste winnaar is de rijksoverheid die voor een totaalbedrag van € 17.540,- aan baten kan incasseren en geen onkosten heeft.

Deze studie legt relaties bloot tussen verschillende bevoegdheidsdomeinen en beleidsniveaus (het rijk, de gemeente Amsterdam) en bekijkt de oplossing van het maatschappelijk probleem jeugdwerkloosheid in zijn totaliteit.

Ook op andere domeinen bv. het beleid rond Social Return, zien we dat er in Nederland veel onderzoek gebeurt naar de randvoorwaarden om zo’n systeem te doen werken. De uitrol is vaak nationaal en we zien éénzelfde aanpak in verschillende grote steden.

Conclusie

Grootstad Amsterdam is als inspiratiebron voor zowel Brusselse beleidsmakers als Brusselse sociale ondernemers zeker leerzaam! Het lijkt interessant voor FeBIO om één of twee werkervaringsproject(en) in Amsterdam te bezoeken om na te gaan wat de concrete voor- en nadelen zijn van de huidige nederlandse situatie. Bijvoorbeeld werkervaringstrajecten bij De Herstelling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *