Gezamenlijke uitdagingen en oplossingen: een samenwerking tussen OCMW’s en sociale inschakelingsondernemingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

DSC01993
DSC02006
DSC01998
logo-studiedag
DSC02007
DSC02000
previous arrow
next arrow

Deze studiedag, vond plaats op woensdag 28 juni 2023 in het Brussels Parlement. Brulocalis, FeBISP, Tracé Brussel en FeBIO organiseerden het event. Ze beoogden een betere samenwerking tussen de Brusselse OCMW’s en de gemandateerde sociale inschakelingondernemingen om samen uitdagingen aan te gaan rond inschakeling van langdurige en/of kwetsbare werkzoekenden die via een Artikel 60§7 traject werken in een sociaal inschakelingsproject.

Er waren zo’n 130 aanwezigen in een goedgevuld halfrond. De vertegenwoordiger van minister Clerfayt, Stephan Saive sprak de steun uit van het Gewest voor dit initiatief. Het sluit aan bij de belangrijkste prioriteit van de minister, om meer Brusselaars aan een job te helpen. Hieronder een kleine selectie van aangeraakte punten in de discussies en presentaties.

Onderzoek uitstroom

Sébastien Avanzo van VIEW Brussels licht een studie toe over de positieve uitstroom na Artikel 60 en geeft ook recente cijfers. Het kwantitatief luik bestaat uit opvolging gedurende 12 maanden van cohortes. De onderzoeker bekijkt de uitstroomgraad naar werk (van minimum 1 maand )#begunstigden met een job binnen de 12 maanden/#begunstigden van de regeling.  Het effect van de crisis in 2020 en vooral 2021 is duidelijk.  Er is een daling van de positieve uitstroom cohortes. Voordien na 2016 en tot 2019 was er stijging. Waar, in 2021 voor 1 op 4 de tewerkstelling in de gemeente van het OCMW gebeurt is dat voor 1 op 5 in een gemandateerde inschakelingsonderneming of in het OCMW, maar veel minder in de privé (2%). In crisisjaar 2020 is er minder uitstroom en slechtere resultaten. Mogelijk ging minder vorming door. En er is de digitale kloof. In 2021 (met een jaar vertraging, het gaat dan om resultaten) steeg de uitstroom opnieuw sterker (vooral voor jongeren) en herneemt de economische conjunctuur. Er zijn verschillen volgens studieniveau, leeftijd en geslacht. Voor vreemdelingen met niet erkende diploma’s ligt uitstroom vaak lager dan voor de erkende gediplomeerden in België (behalve in 2021). Verfijning van de indicatoren voor de toekomst is voorzien. Is er doorstroom gedurende zes maanden bij dezelfde werkgever of niet? Duurzame inschakeling blijft zeer moeilijk voor laaggeschoolden.

In het kwalitatief luik staat de beleving van de Artikel 60’ers centraal. Uit de bevragingen blijkt een tijdelijke stabilisatie in een instabiele situatie. Het traject biedt een uitweg uit isolatie. Men ziet een zeker emancipatorisch effect. Artikel 60 betekent categorisatie van personen, die relatief positief is maar ook onwenselijke effecten kent. Er is een verlies van voordelen, een vorm van de werkloosheidsval. De rekening valt voor velen negatief uit. Dit verklaart deels het rekruteringsprobleem. Na het traject Artikel 60 volgt soms een moeilijkere inschakeling op de reguliere arbeidsmarkt. Het etiket van Artikel 60 is negatief. Dat geldt zowel binnen de sociale onderneming als in de maatschappij. Werkgevers zien de non-profit niet als echt werk. Ervaring, taken uitgevoerd in inschakeling bleken dus niet altijd valoriseerbaar op de arbeidsmarkt. Men verkoos de ervaring soms volledig weg te laten uit zijn C.V. Een tegengewicht is genoten vorming. Na de hervorming van het wetttelijk kader twee jaar geleden ligt het accent nu meer op vorming. De vaststelling was dat men daarvoor te weinig opleiding volgde en vooral veel werkte. De terugkeer naar de werkloosheid na Artikel 60, ervaren velen als een degradatie. De overgang naar de werkloosheid is financieel negatief. Dat fragiliseert. De groep die werk vindt, is positiever over zijn/haar ervaringen. De jobs zijn vaak van zwakke kwaliteit, met moeilijke arbeidsomstandigheden, veel interims en lage salarissen in vergelijking met de werkloosheid. De toegang tot werkloosheid ziet men als een springplank naar nieuwe vormingen en opleiding. Er is soms de belofte om na de werkloosheid, terug te keren naar de inschakelingsonderneming. Dan bestaat er een kans op een overgang naar andere tewerkstellingsmaatregelen. Een beetje duurzamer. Maar ook deze maatregelen zijn tijdelijk. Eigenlijk resulteert dit in verder uitstel van de intrede op de reguliere arbeidsmarkt.

Standpunten van de Federaties FeBISP, FeBIO en van de OCMW’s

Tatiana Vial van FeBISP presenteerde het wettelijk kader van het mandaat inschakeling en de tewerkstellingssteun. Collega’s Pauline Cousin en Marie-Adèle Blommaert geven een aantal interessante basisstatistieken mee voor de Brusselse inschakelingssector.

Nora De Herdt, coördinator van FeBIO maakte de balans op van de openstaande posten (129 in juni 2023 op een totaal van zo’n 825 doelgroep medewerkers) bij zijn leden. Dat zijn polyvalente arbeiders, administratief personeel, keukenmedewerkers, polyvalente schoonmakers en medewerkers groenonderhoud. Er zijn veel oorzaken voor de moeilijke toeleiding. FeBIO pleit voor een gecontroleerd groeipad tussen de stijging van het aantal gemandateerde organisaties en het budget voor tewerkstellingssteun (aantal gesubsidieerde banen). Investeren in sociale tewerkstelling brengt op! We suggereren verbeterpunten voor de OCMW’s en van het statuut Artikel 60. Zoals één procedure voor terugbetaling van de opleidingssteun, en de ondersteuning van de ontwikkeling van de kennis van het Nederlands. We verkennen pistes voor oplossingen van het rekruteringsprobleem.  Vlaamse OCMW’s gebruiken stages voor de start van het contract Artikel 60 om sneller te activeren en te zien dat alles goed verloopt. De strategie van activering van de verschillende OCMW’s speelt een rol. Onze organisaties gingen outreachender werken. Dat betekent via straathoekwerkers, jobbeurzen, en het eigen netwerk van de organisatie mensen mobiliseren. We contacteerden de Dienst Nieuwkomers van Actiris, met de vraag om meer nieuwkomers toe te leiden omdat we een goede begeleiding voor die groep kunnen bieden. Inschrijving als werkzoekende op vrijwillige basis in de databases VDAB, en Actiris van kandidaten die zich spontaan melden voor sollicitaties valt aan te moedigen (in Vlaanderen is inschrijving in de VDAB-database een verplichting). FeBIO pleit voor een statuut voor langdurige tewerkstelling in de sociale economie. Die mogelijkheid bestaat in Vlaanderen maar niet in Brussel. Er is zeker nood aan.

Vincent Libert, tijdelijk secretaris van het OCMW Oudergem, vertegenwoordigt de OCMW’s, onderstreept het belang van Artikel 60 en licht toe wat het OCMW doet. Er is een maatschappelijke crisis zonder voorgaande. Men verwacht een toename van het aantal leefloners. Het OCMW vertrekt van het sociaal onderzoek, gaat na of men wil werken of dit niet kan om gezondheidsredenen, ook geestelijke. De oude dame Artikel 60 (het concept kent een voorgeschiedenis sinds 1925…) met zijn parcours van vorming/werk blijft een belangrijke vector naar werk. Daar komt de sociale inschakeling in beeld (socialisatie, gedragsaanpassing, re-integratie…). Het verwerven van arbeidsattitudes is zeer belangrijk. Na de zesde staatshervorming, investeerde men in Brussel in het dispositief werk. Het budget werk ondersteunt de tewerkstelling, het mandaat inschakeling financiert de omkadering. Volgens Vincent Libert is dit geen economische ondersteuning, geen HUB-Brussels… Slechts 1/4 van de posten Artikel 60 zit in de inschakelingsondernemingen. 1/5 Deel van de werktijd is vorming (globaal). Er is een plan voor de verwerving van competenties. Eén van de uitdagingen zijn de lage lonen, het verlies aan voordelen. De gebruikers van het OCMW vragen een sociaal tarief, een huurtussenkomst…Er zijn rechten en plichten in een context van Covid, oorlog in Oekraïne en de energiecrisis…Dit vraagt grote budgettaire investeringen van de OCMW’s terwijl zij de evolutie van de posten in de inschakelingsondernemingen niet kennen. Er zijn betalende Artikel 60, andere zijn gratis. De budgetten putten de OCMW’s uit hun gemeentelijke dotaties. Maar de financieringsboog staat erg gespannen. Er is nood aan een betere visie. Men moet een opschaling van de budgettaire middelen verdedigen. Een jaarlijkse monitoring van het dispositief is nodig. Men dient de kruising van de erkenningen/mandatering en de budgettaire noden beter te anticiperen. Uitbreiding naar andere statuten die gevaloriseerd worden kan eventueel.

Debat

Sabrina Ergen (Arpaje), Diane Diovisalvi (CPAS Molenbeek) en Pieter Dehon (Casablanco) zijn de experten in het debat, gemodereerd door Fransje Wagemans, medewerker partnerwerking van Tracé Brussel en door Tatiana Vial, directrice van FeBISP.

Sabrina Ergen verwijst naar de enorme armoede. Er is een economische crisis. Covid is niet echt voorbij. Er zijn sterke nieuwkomers. Men krijgt mensen met een depressie en burnout binnen, ex-gevangenen. Er zijn evengoed kinderen van Eurocraten die aan de drugs zijn. De conclusie luidt, geval per geval werken. Zij opteerde voor meer SOCECO bij de herziening. Het salarisniveau is een rem op het elan bij de start voor de SOCECO’s. Het basisniveau van de salarissen moet men herzien. Zij wijst op verschillen in de loonvoorwaarden bij de Artikel 60 (wat betreft verlof, maaltijdcheques..).

Diana Diovisalvi spreekt over twee aanbodzijden. Het OCMW zoekt opportuniteiten, een tewerkstellingsaanbod voor zijn publiek met specifieke individuele profielen, en er is het aanbod van jobs bij de inschakelingsondernemingen. Er is bij de OCMW’s een toestroom van een eerste golf van personen uitgesloten van de werkloosheid. De kenmerken van het doelpubliek evolueren. Zij kijkt naar de obstakels in de periode na covid. De situatie is veranderd. De geestelijke gezondheid staat meer onder druk, men heeft meer schulden. Brengt werk een verbetering van de leefomstandigheden? Er is een verwijdering van de instellingen, een verlies aan zingeving, van het levensproject, niet alleen voor Needs. Er bestaan risico’s van concurrentie, ook in de sociale economie tussen de verschillende dispositieven van tewerkstelling. En omdat men knelpuntenberoepen viseert. Zij ziet mode-effecten, in de gevraagde profielen, animateur voor jongeren, groenonderhoud, nu chauffeur. Modes die geen vijf jaar meegaan. Een laboratorium van beroepen van de toekomst opzetten en innovatie is opportuun. Laat ons samen naar de toekomst kijken. Sociaal werk centraliseren via een database lijkt haar moeilijk.

Vincent Libert reageert en wijst erop dat de OCMW de barema’s van de openbare diensten volgen voor Artikel 60 (E). Het is de personenbelasting die verschilt op het netto en bruto salaris en die de loonverschillen verklaart. Er zijn implicaties afhankelijk van de gezinssituatie en de domicilie die een rol spelen. Zo’n loonverschillen zijn volkomen normaal.

Pieter Dehon, directeur van Casablanco, maakt een analyse van de periode voor 2017 en daarna. Voor 2017 werd Artikel 60 als instrument gelieerd aan de sociale integratie en emancipatie. Na 2017 werd het debat meer pragmatisch. In de zin van, is er genoeg rekrutering, voldoende transitie en het ging over de financiering. Sociale economie zonder ideologie kan niet bestaan. Het is geen actie van inschakeling, doorstroom instrument, of van activatie of tewerkstelling of van economie. Het is een geheel van principes en van programmatie. Pieter Dehon reageert op Vincent Libert ‘Artikel 60 is geen instrument voor de economische groei van sociale inschakelingsondernemingen’. Neen, maar het laat de ondernemingen wel toe een activiteit te hebben en zich verder te ontwikkelen. Een coherent gestructureerd programma sociale inschakeling is een voorstel aan de economie met al zijn tekortkomingen (zoals het gebrek aan voldoende jobcreatie) met een bescheiden ambitie en voorstellen van een ander schema van principes en van de plaats van de economie in een inclusieve democratie. De rekrutering verloopt makkelijker als men van zinvolle projecten vertrekt en maakt integraal deel uit van het integratieproces.

Conclusie

Georgy Manalis, Directeur van de Federatie van Brusselse OCMW’s concludeert dat er nog veel werk is. Frustratie komt naar voor. De inschakelingsondernemingen en de OCMW’s zijn partners, ook in die frustratie. Actie is vereist. Maar niet in oppositie. Deze ontmoeting was nodig. We willen tot actie overgaan, met gemeenschappelijke eisen. De budgettaire enveloppe moet hoger. Een gemeenschappelijke ideologie en economisch model zijn vertrekpunten. Een sociaal model, want er is tijd voor begeleiding nodig in het kader van de sociale hulp. De dialoog wil hij behouden voor de toekomst. Het model van de OCMW’s is niet perfect. De inschakelingsondernemingen zijn dat ook niet. Maar samen gaan we verder en meer uitwisselingen zijn opportuun. Politiek willen de 19 OCMW’s een open enveloppe en komaf maken met de schaarste. Voor het einde van 2023 zullen de presidenten van de 19 OCMW’s samenkomen, de discussie over de schaarste aankaarten en politieke voorstellen formuleren om vooruit te gaan. Er zijn verkiezingen in 2024. Dat betekent memoranda en eisen rond een nieuw model voor de toekomst. We onderzoeken gemeenschappelijke pistes en moeten onze inspanningen samenvoegen. Hij verwijst opnieuw naar de wijkcontracten. Het gaat er immers om zin en inhoud te geven aan onze vereende krachten.